HomeVedenstudiënPagina 59

JPEG (Deze pagina), 506.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

é zon mx DAGERAAD. 49
a
J Vervult, nieuw leven wekkend,
Soêrya met lichtgloed.
Als de echtgenoot de veelgeliefde vrouw,
Volgt Soêrya de glanzende Aurora;
Nu wendt, godvruehtig,
Welkom heetend den welkome, p
De mensch zich tot gebed. l
Langs den hemelrug snellen
Soêrya’s glinstrende paarden,
Eedle, goudkleurige rossen,
Roemverdienend, heil ons brengend,
Hemel en aarde J
Doorkruisend in één dag.
er
li Doch straks geeft Soêrya
i Zijn paarden weêr rust;
i En staakt het dagwerk,
En bergt zijn grootheid
En liehtglans voor ’t oog, p
En laat den nacht ‘
l)uisternis spreiden alom. lj
A U §
Tot nogmaals aan den hemel
i Van Mitra en Varoena i.
Den glans hij weêr verrijzen doet.,
Wissling niet zijne paarden
lärengend van duister en licht. i
i
1* l)eva’s, heldere stralen, ä
lïijzend op Soêrya’s gebod!
Neemt ons in uw bescherming,
En bewaart ons genadig voor schuld! i
lüvno den Vedischen dichters nog veel meer geliefde voor-
stelling dan Soêrya echter is de, door zangers van alle tijden
en volken als bij voorkeur in hunne liederen geprezen Aurora.
ln den Veda. heet zij, nog eenigermate ()ll(l(El`S()ll(¥l(l(‘ll van den
(lllg`(ïl'?l2(l of de morgensehemeriing als zoodanig, en natuurlijk
eene vrouwelijke llevi. meest ()<·shas, een naam. dien men
,)