HomeVedenstudiënPagina 46

JPEG (Deze pagina), 470.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

38 vennnsruniixiv.
Komt met armen wel gevuld;
En op deez’ zoden zet u neder,
Want u is ruime plaats bereid,
En met den dronk, steeds welkom u,
, Verheugt, 0 Maroet’s! u met ons!
Sterk door eigen krachten,
Wiessen zij met magt;
Zij vestten in den hemel zieh,
En maakten zich breed hunne plaats.
Toen Vishnoei weer den soma vond,
Den roesverwekkende, l
Zaten als vogels zij neder
Op ’t hun gevallig oifergras.
Zij komen als helden, dorstend naar strijd. _i·i
Eergierig kampten ze in gevechten. M
Hen vreezen alle wezens,
De Stormen, die mannen, vreeslijk van gedaante, M
Koningen gelijk.
Toen de handige Tvashtar den bliksem gevormd had, .
Den welgemaakte, gouden, duizendsehiehtige,
Greep hein Indra, om zijn daden, ~V
Zijn heldendaden, te bestaan. Z
Vritra versloeg hij; den stroom j
Der wateren maakte hij vrij.
l)e Stormen dreven de wolk omhoog
Eu kloofden de sterke met kracht.
ln soma­roes volbragten
E Uitzendend hun stem, ig
Weldadig, hun roemrijke daden. i j
llerwaarts leidden de wolk zij ai, ·
En drenkten den dorstigen Gotama.
Hem hielpen de sehittrende Mar0et’s; Q
Zijn wensehen vervulde hun stam.
ti

Wat gunsten geeft wien u looft,
Sehenkt hem ook drievoudig, die geeit, zi
En, Maroet’s! ook aan ons! ,;
Brengt, helden! ons rijkdom en kraehtige zonen! ii