HomeVedenstudiënPagina 45

JPEG (Deze pagina), 553.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

DE STORMEN. 37
bedoelden zang met een woord vermeld, is alwederom geens-
zins die van de latere lndisehe godsdienst, in welke hij als de
Godheid zelve optreedt. maar eene vri_j onhestemde, ncvelaelitige
liguur, die menigmaal lndra vergezelt, en waarvan de voor-
naamste eigenschap hierin bestaat, dat hij in drie schreden het
heelal doorsehrijdt, een beeld, zoo men meent, van de zon in
haar dagelijksehen loop, of eok van de alointegenwoordigheid
zelve. De zinspelingen op den strijd met de Asoeren, die de
wolken terugheuden. zijn ons overigens reeds duidelijk genoeg
uit hetgeen omtrent lndra werd medegedeeld.
Die daar sehittren als ’t span langs den weg,
’t Zijn de inagtige zonen van Roedra.
Grooter maken zij de aarde en den hemel.
__, Zij, de Storinen, de sterke, de wilde,
J 'erheugen zich in de olïeranden.
Yolwassen, wonnen grootheid zij ;
i ln den hemel vestten de .l{oedra’s hun zetel.
' Zingend hun zangen, winnend in krachten,
I Kleedden in schoonheid de zonen van Priçni zieh.
l Als met sierslen zich tooijen de zonen der koe, j
Y Als glinstrende wapens de sehittrenden aangord<·n, Q
Slingren elk vijand zij weg,
Q lin regen drnppelt langs hun paden.
i _ .
l Als gij, niagtigenl drillend niv sporen, A
l täehuddend wat kracht niet kan schokken, -
Als, Storinen! gij, dapprc mannen, A
De herten voor uw wagens spant,
De gevlektc, als het denken zoo snel, --
Als de herten gij voor uwe wagons spant, ·
ölingrend den steen in ’t gevecht, ---
Dan stroomen ’s vijands strooinen neder,
En dronken de aarde, een huid gelijk, niet water.
Voeren de paarden, de snelgehoi·t`d<·.
l)i~ siielgewiekte, in ln·rwaai·ts'