HomeVedenstudiënPagina 43

JPEG (Deze pagina), 490.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

DE STORMEN. Bib
Waar de stormen zich wenden,
Daar spreken met olkandren zij:
En allen vernemen hun stem.
Komt herwaarts snelï
Komt haastig met uw rappe paarden?
U roemen Ka11va’s zo11en hoog;
Komt e11 verlrcugt n met lien!
i Het geweld vooral der stormen wordt aldus in een volgenden
zang, ­ R. V. I. 39, 1. 3. 5. - beschreven, waarbij ook de
vooraangestelde vraag opmerking verdient.
Als uw toorn, een vuurgloed gelijk,
,« Stormenl uitzendt van verre,
Door wiens magt is het, wiens wijsheid?
' Tot wien gaat gij, tot wien,
Gij, die ’t aardrijk selnidden doet?
Neervellend wat vast stond,
Wegslingreud wat zwaar seheen,
Breekt gij de stammen in ’t woud,
_ En huilt door de spleten der rotsen.
l
Bergtoppeu doen zij beven,
Koningen van ’t wond rukken zij oinver.
Komt als waanzinnigen dan,
l)eva’s der stormen! met heel uw stam! j
j Meer in de vormen der allegorisclie heeiilspraak vinden wij j
elders, ­- l. 64, 5. 8. 9. -- ongeveer hetzelfde uitge-
drukt: ---
Weer naadren zij, de ll(§1lll‘lSiZl<‘1'<‘)l. _
iRoedra’s onstertlijke,
Vlekkloos reine zonen,
Sehittrend als zonnen, l`(‘§l'(’1lSP1'Olll{lCll(l,
Yreeslijk van aanzien. als reuzen.
Magt verleencnd. loeijeud luide,
I
l
AL