HomeVedenstudiënPagina 42

JPEG (Deze pagina), 451.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

34 VEDENSTUDIEN.
die, gelijk dikwerf het geval is, eigenlijk niets naders zeggen,
of ook eene voor de ruimte dezer sehets te breede verklaring
zouden eischen.
Met levendigheid beschrijft een der dichters, Kanva, ­-
R. V. 1. 37, 1. 3- 7. 10. 11. 13. 14, - de nadering der
stormen. De koeijen waarvan hier gesproken wordt, zijn we-
derom de wolken.
Op, zonen van Kanva! begroet met zang
Der Storinen vrolijke schaar, ,
Glanzend op hunne wagens,
lin door geen vijand aangerandï
Nabij reeds hoor ik het knallen
Hunner zweepen in hunne handen.
winnen in glans op hun weg li
làigt uw gebed, Devawvaardig.
Tot dien woeligen, wilden,
Geweldigen, inagtigen stoet!
Roem hun onverwinlijke schare
Spelend onder de koeijen, _
Groeijend als regen haar drenkt¥
Wie, helden, die de aarde doet schudden.
En de lucht als de toppen der boo1nen'
Wie voert u aan?
.ls nadert, buigt zich de mensch, . *$
En de bergltrnin beeft bij uw vreeslijken toorn.
De wateren stuwen zij op,
Die zonen der stem, langs hun weg:
En tot de knie doen zij de kudden waden.
lien wolkenzoon, den langen, aanhoudenden.
Ver zich spreidenden regen
Doen neer zij strooinen langs hun pad.

l
AL