HomeVedenstudiënPagina 41

JPEG (Deze pagina), 718.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.21 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

DE STORBIEN. 33
wij zagen, treilende natunrversehijnselen zicl1 voor te stellen
als de werkingen van meer of min persoonlijke en zelfbewuste
wezens, ook eene belangrijke plaats aa.n de Deva’s der stormen
hebben ingeruimd. Naar hunne voorstelling zijn zi_j krach-
tige, moedige krijgers, met rijke wapenrusting, gouden versier-
selen en sehitterende speren en dolken, rijdend op vergulde
wagens, door snelle paarden of ook door herten getrokken,
woest voorts en wild, maar niet boosaardig van natuur, den
menschen dikwerf. schrik inboezemend, maar toeh ook, door
het aanbrengen der regenwolken, weldadig van aard en, als
vertegenwoordigers der krijgslieden in ’t algemeen, ook geneigd
steeds den strijders bijstand te verleenen tegen hunne vijanden.
Hun aanvoerder en krachtigste bondgenoot is veelal lndra; doeh
soms ook wordt Agni. van wien straks nader, hun bijzondere
vriend geheeten. De naam, waaronder wij hen doorgaans zien
aangeduid, is die van de Maroet`s: doch niet zelden heeten zij
Roedra’s, naar hun vader, den in de Veden overigens nog i
weinig voorkomenden, althans nog niet bijzonder hooggestel-
den ltoedra, die de voorlooper van den lateren `iva mag wor-
den geacht.
`Wat nu de liederen zelve aan de l‘[aroet`s betreft, zij heb-
ben niet sommige andere, zooals b. v. die aan den dageraad,
de eigenaardigheid, ons bijwijlen ganseh te doen vergeten, dat
zij ler"zangen aan l)eva‘s, aan verpersoonlijkte wezens zijn, en j
menigmaal eenvoudig gedichten te schijnen, die den indruk be-
schrijven, door het geweld van den storm op den toeschouwer
te weeg gebracht. En in zoover staan ze ons nader dan vele
andere hymnen van den ltig-Veda, terwijl ze ons tevens de i
merkwaardige blijken leveren. hoe zeer de eeredienst van het
Vedisehe volk met de natuurbesehouwing zelve te zamen hing,
en in vele gevallen daarvan nauwelijks te onderscheiden is.
De bedoelde liederen zijn voor ’t overige juist die, met wier
bewerking Max Müller zijne vroeger reeds genoemde uitvoe-
rige Vedaverklaring heelt aangevangen: zij behooren alzoo tot
diegene welke tot heden het meest ojnnerkzaain zijn onder-
zocht: en ook deze omstandigheid geeft ons aanleiding, van
sommige eene eigene vertolking te beproeven, waarbij intus-
schen, --- °t zij ter waarselnrwing gezegd. - de uitlegging
van evengcnoemden geleer<le juist niet altijd slaats is nage-
volgd. Als bij de vroeger niedegedeelde sïuklwn. sehenen ove-
rigens die verzen hier telkens weggelaten te mogen worden.
Ei
HERHALING VAN
BEELD
DUPLICATE
IMAGE