HomeVedenstudiënPagina 38

JPEG (Deze pagina), 521.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

Q
32 VEDENSTUDIEN. i I;
al
Laat volle beeken zieh ontlasten;
Vervul met wasdom lucht en aarde; ll
En leseh der kudden dorst! 4
Als, daemonen verslaande,
Ge uw raatlenden donder, .
Pardjanya! luid weerklinken doet, ·
Dan juicht al wat leeft op deze aarde.

Regen nu gaaft ge, en overvloedig; j
De dorre vlakte is begaanbaar weer;
En zaden kiemen tot ons voedsel; Q
Dies zingen de menschen u lof!
r
En hiermede zouden wij Indra/s lueht- en wolkengebied thans
kunnen vaarwel zeggen, ware het niet, dat zijne straks reeds is
vermelde bondgenooten, de Maroet’s, nog een oogenblik onze
opmerkzaamheid eisehen; en wel voorna.meli_jk ook omdat hunne
vereering tot een der meest geliefde en dikwijls ook meest ge-
lukkige thema’s der Vedisehe dichtkunst behoort. ig
V.
DE STORME N.
Volken, die, als liet onze, meerendeels een laag en moeras-
sig, slechts hier en daar met weinig beteekenende heuvelen be- =;
dekt kustland hewonen, kunnen in den regel weinig verhevens V
en indrukwekkends in de meest niet dan onaangename en seha.~
delijke werkingen van den stormwind zien. Anders hij stam-
men. als de Vedisohe, in een hoog gelegen Alpenland, waar de
wilde en grillige stormen langs de hooge hergkruinen en door
de spleten der rotsen huilen. de donkere onweerswolken opja-
gen en her en derwaarts drijven, de liliksemstralen als hun
wapenen sohi_jnen mede te voeren en den donder in het ge-
bergte te doen weergalmen als getuige van hunne komst. Geen
wonder dan ook dat de Vedisehe zangers, geneigd steeds, als