HomeVedenstudiënPagina 37

JPEG (Deze pagina), 505.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

DE Komne. 31
natnurtooneel op hem te weeg brengt, en aan de gevoelens
van dankbaarheid, welke de gunsten der weldadige natuur bij
hem en de zijnen hebben opgewekt.
Met lofzang looft den magtige!
Geeft eer hem, Pardjanya roemt!
Planten voedt hij, zaden strooit hij uit,
Luid iveerklinkend, regenbrengend,
Vruchtbaarheid ivekkend.
Stammen velt hij, daemonen veijaagt hij;
Heel de aarde beeft bij den vreeslijken knal.
Ook de onschuldige vliedt,
Als zijn donder de boozen verslaat.

_ Als de menner des wagens,
Drijvend zijn paarden met zweepslag,
Zendt hij zijn boden,
Regenzwanger, vooraf;
En van vèr brult de leeuw reeds,
Als met regen de wolken hij vult.
Pardjanya! gij, voor wien zich de aarde buigt,
E Gij, die der planten velerlei l
En al ’t gehoefde leven doet! l
Schenk, magtige, ons uw gunst!
Stormen! brengt ons den regen des hemels, l
Den hengst met frissche stroomen weer! j
- Godlijke Vader! kom herwaarts, l
Bliksemdragend, waterspreidend! A
Uw donder rolle, uw stem weergalme;
Kom her en ginds met uw druipenden wagen,
Strooi zaden langs uw pad;
En ledig ’t volle waterbekken
Om heuvlen en dalen te drenken!
Het hoog het ivelgevulile bekken;
Laat digte stralen nederstroomen ;
L I