HomeVedenstudiënPagina 36

JPEG (Deze pagina), 563.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

30 vnnnnsrroniiàn.
` Voorwaarts dan de dappre stoet
Yan Indra, den held, en Yaroena, den Vorst,
Der Maroet’s en rdit_ya’s scharen!
Weerklonken heeft reeds de oorlogskreet
` Der moedige, altijd zegerijke,
W ereldschuddende Deva’s.
Maghavan! sterk onze wapens,
Sterk, Yritrahan! der sterken kracht!
En luide uit de wagens der krijgers
Yerrijze straks de zegekreet!
Indra zij met ons
Bij ’t wappren der banieren!
Laat treffen wat pijlen wij zenden; V
Laat winnen onze dappre mannen;
Behoedt ons, Deva’s! in den strijd!
Yerbijstrend der vijanden zinnen,
o Apvà! grijp hun leden aan!
G-a weg van ons, en keer tot hen, `
En verzeng lnmne harten,
Dat zij wandlen in digte duisternis!
Eene nog niet besliste vraag mag het heeten, of een andere
Deva, die hier en daar in den Veda voorkomt, en mede het
onweder behcerscht en den regen doet nederdalen, Pardjanya,
slechts een andere naam voor Indra zelf, dan wel eene afzon-
derlijke persoonsverbeclding zij. Van bijzonder gewigt is ove-
rigens deze kwestie juist niet; wel daarentegen verdient de o
wijze te worden opgemerkt, waarop de SBM hymne van het
vijfde hoek dezen l)eva voorstelt. De beschrijving en aanroe-
ping, dichterlijk op zich zelve, is veel eenvoudiger, veel meer
11og het natuurwezcn en het natuurverschijnsel als zoodanig in
’t oog houdend dan in de liederen aan lndra zelven, die een
meer epischen toon aanslaan, gemeenlijk het geval pleegt te
zijn. Daar vinden wij bijkans altijd de mjthische of allegori-
sche voorstelling van den wolkenstrijd en Vitra’s nederlaag te-
rug: hier wordt daarop ter nauwernood gezinspeeld, en geeft
de dichter zich blijkbaar geheel aan den indruk over, dien het