HomeVedenstudiënPagina 34

JPEG (Deze pagina), 428.23 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

VEDENSTUDIEN.
De zege wil ik roeinen
Yan Indra, die den bliksem voert.
Yritra versloeg hij ;
De strooinen heeft hij bevrijd;
Den wolkensehoot reet hij uiteen.
Den vijand trof hij in de onweerswolk
Met het wapen, door Tvashtar gesmeed.
En haastig vloden,
Als koeijen, zoekend haar kalven,
De golvende waatren naar zee.
Den stier gelijk in tred,
Begaf hij naar het outer zich,
En dronk ’t offer, bij ’t drievuldig, ii,
Den wëlbereiden soniadrank.
Toen greep hij zijn wapen e11 trof
Den eerstgeboren wolkenzoon.
l)en donkren, veelledigen daemon
Sloeg Indra met magtige bliksemschieht;
En, geveld als de stam door de bijl,
Viel weerloos de vijand ter aarde.
Onkivetsbaar zich wanend,
Spotte Vritra roekeloos
Mei den held, den verwinnaar van velen.
Maar met de gevallenen viel hij,
En strooinon beefden toen hij viel. _
Zonder hand, zonder voet nog tartte hij Indra;
Maar de bliksein verplette zijn hoofd.
En gelijk aan den sinaadlijk verminkte,
Die een man schijnt, lag hij doorboord.
Al bij dijkbreuk gingen de stroonien
De verloste, blij weer hun weg.
De wateren, die hij gevangen hield,
` Hoonden hem nu in zijn val.