HomeVedenstudiënPagina 29

JPEG (Deze pagina), 709.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

j DE HEMEL. 23
l treffen, terwijl dan de verdere ontwikkelingsperiode van den ln-
j dischen geest geacht kan worden eer 111et die onzer nieuwere
wijsbegeerte overeen te stemmen. Meer C11 meer verdwijnt voorts
ook de l1ier 1lOg levendige voorstelling der persooiilijkheid i11
l1et Vlezen, ’t welk wij thans ()ll(l(3`i.' (lG)'l lltlïllll van Varoene
zagen z1ï1ngeroepe11, om zich l3.llgZ{`tI1'lCl'l1i1.]1(l i11 @(311 strenger im-
1n2111entie-begrip, C11 eindelijk ook geheel i11 dat van l1et1lzij11
te verliezen. De eerste dezer laiigzznne overgaiigen van het
meer onmiddelijk, of wil men, meer kinderlijk e11 naïeve den-
ken tot l1et meer wijsgeerige, ligt thans buite11 Ll(311 kring 011-
zer beschouwing, vermits wij daarvïin i11 den Vedzi zelven nog
gee11 duidelijke sporen 2`tiLl1lZ1’Gl`lb1l. `V el echter vinden wij i11
‘ dezen reeds voldoende €l2l1lClLll(liI1gC11 van lezitstgenoeinde wijzi-
ging. Mzmr ook l1ier zelfs, met het oog op het ZOOGVCII mede-
_j_ gedeelde, niogt l1et 11og de vraag l1CGtG1l, of wij d11:11·bij wel zoo
uitsluitend met ee11 buitenwereldlijk, zuiver transeendent gods-
begrip te doen hebben, als de :1z1ngel1;111lde tekstwoorden bij eer-
sten aanblik laten vermoeden. Immers wij mogen niet ver-
geten, dat de voorstelling van Varoeiizi els 1121tuu1·wezen, hier
wel voor ee11 oogenblik verdwenen scl1ij11t, 111:111r het dearoin
_ geenszins werkelijk is. ln de niet medegedeelde verzen van
den eerst 3.ïI11gCllïlïll(l(‘l1 hynine toch zie11 wij l1e111 onder 2111-
deren met een gOll(lCll llï11'l1ïlS bekleed, d. i. door lichtglans
omringd, en heeten de zonnestrzilen zich om hem te ve1·z11n1e-
len als zijne spieiën e11 gezanten. Ook lli(31' zelfs blijft l1ij dus,
schoon voor ’t overige een bepïmld godsbegrip vertegeiiwoordi-
gend, tocl1 zijn karakter als 11ïtJCUU.1'\`(5Z€1l getrouw: C11 l1lCl' nl-
zoo hebben wij juist het gevel vóór o11s, \'i12`ll’Vülll)()’(‘]lg(’S1)`l'O­·
ke11 werd: de voorstelling der Godheid in de11 vorm e11 Olltläï
de attributen van óéne herer l)CSiIElïl]lS\'ijZC11 of1111111ilestatië11. De
‘ overgang nu van deze voorstelling tot het strenger begrip van
(3611 onpersoonlijk, ll`1 alle verseliijnselen zich ()1)€lll){l1’C1l(l Al-
wezen is reeds niet groot meer en kan wel 11iet 1111dersd1111l1et
noodwendig resultziet van het dieper en door het spel der ver-
beelding minder beleniinerd 11ü,(l€l'll(Gl1 W()1'LlGl1 geacht.
I
I
l