HomeVedenstudiënPagina 28

JPEG (Deze pagina), 559.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

2:2 vnnmvsruniiàn. j
wel is waar. in den Atharva-Veda is opgenomen, maar toeli on- I
getwijfeld tot de werkelijk oud-Vediselie liederen moet gerekend {
worden, en op zonderlinge wijze, als verstond men reeds den
eigenlijken zin niet meer, aan eene vervloekingstormule is vast-
geliecht, ­- A. V. 1v. 16, 1. 2. 4. 5: -­
Alles ziet als van nabij
Der werelden magtige Heerseher.
Zoo iemand heimlijk waant te handlen,
De Deva’s weten wat hij doet.
Een ieder zien zij, staande of gaande, _
Of ook hij wegsluipe of in stilte
Zich naar zijn woning spoede. M
Waar twee te zamen tlnistrend spreken, ‘i‘
Als derde hoort het Varoena!
Ook wie voorbij de lucht er vlood,
Ontkomt Hem niet,
Wiens boden, dalend uit den hemel,
’t Heelal doorkruisen en met duizend oogen `
Bespieden wat op aard geschiedt.
Wat hier op aarde of i11 (l(¥1l hemel
En wat daarbuiten is, Hij kent het.
llet wenken van de1· menschen oogen
Heeft Hij geteld; en, als de speler,
Bij ’t spel, ziet selierp Hij toe.
Q
Later. bij verdere ontwikkeling van het wijsgeerig denken, ,
treden die begrippen van berouw en zondenvergeving, geli_jk wij
die hier nog aantrelt`en, meer terug, en zien wij ze in de ln-
diselie wereldlieseliouwiiig plaats maken voor de overtuiging. dat
het de ganselie zedelijke toestand des menschen is. waaruit dat-
gene voortspruit wat wij het kwaad plegen. te noemen, en dat
alzoo geen wezenlijk heil is te vinden in oniniddelijke zonden~
vergeving en verzoening, maar alleen in de voortgaande bevrij- j
ding uit de banden der eindigheid. En zoo vinden wij dan
het oud-Vediseh begrip in dezen op ongeveer hetzelfde stand- I
punt, waarop wij doorgaans ook het Christelijk dogma aan- j