HomeVedenstudiënPagina 25

JPEG (Deze pagina), 774.70 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

i
j DE HEMEL. 19
, overpeinzing stoort. Doch bovendien is Varoena ook 11iet al-
tijd de nachtelijke, maar ook niet zelden de daghemel, terwijl
I hij in de latere Indische mythologie geheel van karakter schijnt
te veranderen, en de beheerscher der wateren, in ’t bijzonder
van den oceaan, wordt, een attribuut waarschijnlijk aan zijne
oorspronkelijke voorstelling als hemelvorst ontleend, llïtïtf welke
hij uit den aard der zaak ook de wateren des hemels of de
wolkenzee beheerscht. Maar hoe dan ook verpersoonlijkt, in
elk geval zien wij hein met die eigenschappen bekleed, welke
ook andere godsdiensten aan haren éénigen God plegen toe te
kennen. Hij is de schepper en onderhoudcr van hemel en
aarde en van alle wezens die beide bewonen; de zon is zijn
oog, de wind zijn adem: de maan verlieldert op zijn gebod den
u nacht, en de sterren komen en gaan op zijn bevel. Hi_j kent
K de vlugt der vogelen en de wegen van den wind; hij weet al-
T les wat geweest is en wat komen zal: hij ziet alle daden der
l menschen, ook de meest verborgene. Hij is alwetend, almag-
l tig, alwijs, en niets leeft of beweegt zich zonder hein. Genoeg
V om ons te doen inzien, dat de Deva hier CCII veel hooger be-
grip dan de enkele natuurkracht of ook dan een god onder
goden vertegenwoordigt, en dat de eerste. nog beperkte voorstel-
ling, die van het nachtelijk uitspansel, voor de mee1· algemeene
reeds heeft plaats gemaakt.
Doch veel sterker komt dit nog uit waar wij Varoena zien
optreden in zijn bepaald ethisch karakter. Hij is niet enkel
de bestuurder van het lot der menschen. maar ook hun regter:
hij beloont de goeden en straft de boozen. Doch hij vergeeft
ook de zonde en toont zich niet enkel een ·regtvaardig regter,
maar ook een liefderijk vader en vriend. Hij ontbindt de
` koorden, waarmede_ het kwaad de zondige menschen gebonden
. houdt. Hij is de bewaarder der onsterfelijkheid, en in eene
andere wereld zullen de regtvaardigen hem zien. Bij deze
voorstelling van de betrekking der menschen tot Varoena
vooral doet zich in hooge mate dat beginsel gelden, waarvan
wij boven, bij onze meer algemeene opmerkingen,reeds gewaag-
den: het sehuldbesef en het gevoel aan behoefte der zonden-
vergeving. ln de verschillende, tot Varoena gerigte hymnen
en gebeden keert dit telkenmale terug. Zoo, o. a. dient het
den dichter tot punt van uitgang in een loflied, dat Varoena’s
grootheid en wijsheid roemt. en in ’t bijzonder zijn zedelijken
bijstand inroept. den 25St<¤¤ hymne van het eerste boek of
2%
t