HomeVedenstudiënPagina 24

JPEG (Deze pagina), 749.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

i
18 vnnnnsrnniiàiv. ·
hoe onbestemd eigenlijk het karakter dier Deva’s is, welke men
Goden heeft genoemd: eene opmerking tot welke wij in den
loop onzer beschouwingen nog gelegenheid te over zullen aan­ 4
treffen.
Eene veel wigtiger en ook belangwekkenderpersoonsverbeel~
ding des hemels is de tweede zoo aanstonds genoemde, - Va-
roena. Zijn belang ontleent deze vooral aan zijn bepaald ethisch
karakter: doch vooraf dient met een woord zijne physische
alsook zijne mythologische beteekenis duidelijk te worden ge-
maakt.
Varoena dan is in ’t bijzonder, en in tegenstelling van Mitra,
met wien hij dikwijls genoemd wordt, de nachtelijke hemel,
terwijl gene den dag vertegenwoordigt. Zijn naam duidt he-
dekken, cverdekken aan: eene beteekenis, die ook in den I
Griekschcn Uranos schijnt bewaard gebleven. Te zamen geno-
men werden beide Deva’s als Vorsten van den hemel vereerd, T"
en als zoodanig voorgesteld een schitterend met duizend poor-
ten voorzien luchtpaleis te bewonen, bij ’t aanbreken van den {
dag uit te rijden op een gouden wagen, die tegen den avond `
ijzerkleurig wordt, en alsdan alles te overzien 611 te regelen
wat het bestuur der wereld betreft. Uit enkele plaatsen heeft
men gemeend te mogen opmaken, dat zij eigenlijk slechts
handelen door middel van eene nog hoogere op hen inwerkende
en hen bezielende magt: een stellig bewijs hiervan wordt eeh~
ter niet aangetroffen. Bij de Indische Ariërs is evenwel hïlitra
al meer en meer op den achtergrond geraakt, terwijl hij juist
als de Perzische Mithra in beteekenis rees: en Varoena, van
wien nog geenszins inet eenige zekerheid valt te zeggen of hij
werkelijk met Ahoera Mazda (Ormuzd) overeenkomt, neemt
meercndeels den eersten rang in, en erlangt ook hooger veree- `
ring wanneer hij alléén, dan waar hij met Mitra verbonden ,
voorkomt. Eenigzins vreemd mag het schijnen, dat juist de
nachtelijke hemel zoozeer op den voorgrond wordt gesteld; die
bevreemding echter verdwijnt indien de verklaring juist is, vol-
gens welke de nadenkende en tot stille en innige vereering
geneigde geest zich eer tot den, wel is waar eveneens ondoor-
grondelijken, maar toch zooveel nader sehijnenden en rustiger
nachtelijken hemel wendt, dan tot den hellen, zoo oneindig ver
verwijderden gedurende den dag, terwijl ook des nachts zich
niets meer tusschen den sterveling en het voorwerp zijner ver-
cering schijnt te stellen. en niets de aandacht alieidt en de
~ l