HomeVedenstudiënPagina 20

JPEG (Deze pagina), 736.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

I
I
14 i visnnxsruiniàx. j
hunne eigene onvolkomeiiheid en tekortkomingen, en wel be-
paald dat zelfde gevoel, ’t welk velen ook nog heden ten dage !
als eene uitsluitende eigenaa1·digl1eid van de beli_jders der Wes- `
terselie, met name der (Jhristelijke godsdienst, meenen te mogen I
beschouwen, het gevoel van zonde en van sehnld. l`)ocl1 zoomin j
als nu een der bijzondere Derais, eene der vele natuurkrachten,
geacht kon worden den ganselien loop der natuur op regelma- ° `
tige en ordelijke wijze te belieerscben. zoomin zij zelven die I
oorzaak zijn konden buiten en boven welke geen andere meer I
is, zoomin kon ook een hunner oi' konden zij allen gezamenlijk l
dat hooger wezen zijn, jegens ’t welk de mensch zich verant- j
woordelijk gevoelde voor het bedreven kwaad. Aldus werd dat
hoogere wezen een noodwendig postulaat van het eerste, meest
eenvoudige nadenken; en, eenmaal zijn bestaan evenzeer als dat
der l)eva’s erkend, moest ook evenzeer zijne vereering volgen,
en wel eene vereering juist zooveel hooger als dat wezen zelf
boven de enkele natuurkrachten verheven was. Vil men thans j
niettemin voortgaan, de l)eva’s der V eden Goden te noemen en i
hun dienst polytheïsme, dan hebben wij hier het bestaan van '
een monotbeïsme te erkennen met een polytheïsme daaraan on- i
dergescliikt. liene wijze van bepalen zeker niet bevorderlijk aan I
de duidelijklieid der voorstelling! j
Yliat intussehen aan dat hoogste wezen der Vedische gods- j
dienst bleef ontbreken, en wat menigeen misschien een groot j
en veelbeteekenend gebrek zal schijnen, was - een eigen naam. I
lets wat naar ons "God" gelijkt is in den `Veda eigenlijk nog
onbekend. Brahma, het Hoogste Vezen, de Hoogste Geest, en _
al dergelijke uitdrukkingen bebooren in den hier bedoelden
zin tot later tijd. En willen wij ons desiriettegenstaande. en j
gelijk wij soms wel haast genoopt zijn, ons va.n den Godsnaani j
blijven bedienen om het bedoelde lYezen ook in den zin van ~
den Veda aan te duiden, het mag niet anders geschieden dan i
onder uitdrukkelijke vermelding, dat wij een woord bezigen,
aan de oorspronkilijke overlevering ten eenemale vreemd. Vordt j
nu evenwel met dien eenen bepaalden naam het Wezen, waar- j
van wij spraken, in den Veda niet genoemd, het erlangde niet-
temin, zoo vreemd dit klinke, tal van namen. Bijkans even-
veel namen zelfs als er l)eva’s vereerd werden. Vivant telkens ·
vinden wij het tegelijkertijd aangeroepen met zi_jne eigenschap-
pen van almagt, alwetenheid, alomtegenwoordigheid, enz. en
tevens vereerd onder den naam en bekleed met de attributen j
l