HomeVedenstudiënPagina 18

JPEG (Deze pagina), 743.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

12 VEDENSTUDIEN.
dótröné ])ieu" was dan ook de titel door de Franschen der
vorige eeuw den grooten Franklin toegekend. Eerst ervaring
on nadenken ontneemt aan de onbewuste 11atuur hare bezielde,
’t zij da11 onmiddelijke of 212111 eene andere ontleende individua-
liteit; de 11og niet door ervaring opgeklaarde voorstelling blijft
aan bezieling denken overal waar kracht en beweging in de na-
tuur wordt waargenomen. '
Niettemin vertoont zicl1 bij het eene volk diezelfde voorstel-
ling veel sterker e11 veel meer overheerschend dan bij het an-
dere. Vooral waar de natuur, ’t zij door hare SCll0()l1l1Cl(l en
grootschheid, ’t zij ook door het geweldige harer verscliijnselen,
een magtigen indruk te weeg brengt op het voor dergelijke in-
drukken vatbaar gemoed, zal die voorstelling, zoolang ze door
ervariiigskennis nog niet gewijzigd is, op de volksdenkbeelden
een inderdaad overweldigenden invloed moeten uitoefenen. En
dit nu was blijkbaar in hooge mate het geval bij het krachtige T
en levenslustige, voor hoogere beschaving tevens zoo buitenge-
meen vatbare oud-Arisehe volk in zijne deels zoo trotsehe en
aan geweldige verschijnselen rijke, deels ook zoo liefelijke Alpen-
natuur. Vat wonder dan zoo het, bij de11 stand zijner kennis,
voor feitelijke waarheid hield, wat slechts het voortbrengsel zij-
ner levendige e11 dichterlijke verbeelding was, en de werkingen
van bezielde wezens in die natuurverschijnselen meende te aa11-
schouwen, wier grootheid en schoonheid het dagelijks bewonderde,
en wier weldadige of noodlottige gevolgen het telkens onder-
vo11d? Te verwoiidereii mogt het eer heeten, indien het anders
ware geweest. ‘l)o<·h, eenmaal nu het werkelijk bestaan van die
wezens, zooveel magtiger en grooter dan de mensch zelf, erkend,
moesten deze uit den aard der zaak ook tot voorwerpen worden
van vereering, ’t zij om hun bijstand i11 te roepen en hun
gullöiüll af te smeekeii, ’t zij 011] het kwaad af te wenden, waar- ‘*
mede zi_j het land en zijne bewoners mogten bedreigen, of ook, ‘
in menig geval (Ell met minder zelfzuchtige bedoeling, om hunne .
grootheid te roemen (311 door zangen llG1l te verheerlijken. Thans
echter rijst de gewigtige, en in dezen zeer veel, zoo 1lOg niet
alles afdoende vraag: waren de aldus vereerde natuurwezens nu
ook goden in dien zi11, dien wij gewoon zijn toe te kennen aan
het woord? En het antwoord moet hier bepaald ()1llll<C1l11(;‘Il(l
zijn. De naam door de ()ll(l-;.l'iöl‘S aan hunne vcrpersoonlijkte
natuurwezens of natuurkrachten gegeven, was, gelijk wij ook
elders meer dan ee11s opmerkten, eenvoudig die van l)eva’s,
I
l
¤ .