HomeVedenstudiënPagina 16

JPEG (Deze pagina), 743.97 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

10 vni>nxs’r1‘iuiêx.
God of goden DOVGII de natuur: xneenende bij dat alles, dat er
geene godsdienst kan worde11 gedacht, die zich niet onder de
ee11e of andere dezer verschillende klassen laat rangsehikken.
Doeh zoodra wij nu dergelijke verdeelingen en tegenstellingen
op godsdiensten als die der voormalige lndiers, en in `t bijzon-
der ook op de Yedisehe, trachten toe te passen, (läll wordt die
godsdienst zelve ons ee11 raadsel en schijnt ons ee11e afdwaling
van den me11scheli_jken geest, voor wier o11tstaa11 geen redelijke
verklaring te vinden kan zijn.
YVat toch wordt (HIS eigenlijk te l(C`llllCll gegeven wanneer o11s
wordt medegedeeld, dat het aloude Vedisehe volk de l1ï1l3ULH`
aanbad, natinrrkraehteii vergooddc en tal van godheden vereerde,
terwijl ons onmiddelijk daarop wordt verhaald, dat ditzelfde
volk beurtelings aan elk zijner goden ot` althans aan verscheiden
hunner den rang van hoogste wezen toekende en hem beheer- __
seher noemde dier natuur, die zoo aanstonds zelve het voorwerp "
der vereering heette te zijn? Dergelijke tegenstrijdigheid scl1i_jnt
inderdaad voor geen oplossing vatbaar. Vel heeft men er eene
gezocht in de onderstelling. dat de vrome zangers, schoon al de
goden gelijkelijk vereerend, toch, wanneer zij soms tot een hij-
zonderen god zieh wendden, dezen bij wege van beleefdheid en
om hein te gunstiger te stemmen, den voorrang boven alle a11-
deren zouden toegekend hebben, om straks weer dezelfde holte-
lijkheid aan ()(’¢ll ï1ll(lCl' te gaan bewijzen. Doel1, het kinderachtige
en hoogst onwaarschijnlijke van dergelijke verklaring nog daar-
gelaten, verklaart eenvoudig niets zoodra wij i11 een hymne
meer dan een god of ook al de goden te zamen zien aangeroe-
pen; (Ell ten eenemale onhoudbaar zal ons blijken, zoodra wij
slechts van enkele onder de vele lolzangen zullen kennis llêl)- -
ben genomen, waarin een bepaalde zoogezegde godheid, b. v.
Varoena. als het Hoogste XVCZCII zelf door den dichter wordt `J
toegesproken. Maar wij l7CllOCV(‘1l ook geene oplossing van ee11e
tegenstrijdiglëeid in dezen. Die tegensirijdigheid toeh ligt niet
ill de godsdienst zelve. waarmede wij hier te doen hebben, noch
i11 de zangen waaruit wij haar leeren kennen. maar eenvoudig
i11 de toepassing van de zooeve11 bedoelde traditionele begrippen
en onderscheidingeii op ee11e godsdienst. die. veel ouder dan
deze, zich nu eenmaal 11iet in de aan andere ontleende rang-
sebikkingen en verdeelingen wringen laat. Stellen wij derhalve
al deze en dergelijke, i11 het- gegeven geval bepaald aprioristisehe
beschouwingen geheel ter zijde, en trachten wij, uitsluitend ons _
'