HomeVedenstudiënPagina 14

JPEG (Deze pagina), 762.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

ti VEDENSTUDIEN. `
en bespraken slechts gedeelten of ook slechts enkele hymnen
van den Rig-Veda. in de laatste dagen echter heeft M. Mül-
ler eene gansch nieuwe Vedenvertaling met zeer uitvoerige
aantcekeningen begonnen: en daarbij is de ongetwijfeld juiste
weg ter verklaring ingeslagen, de voortdurende vergelijking na-
melijk van elk eenigzins belangrijk woord met al de overige
plaatsen van den ganschen ltig-Veda waar dat woordnogmaals
wordt aangetroH'en. Moge nu ook de geleerde schrijver soms
wat al te stellige, maar daarom nog niet altijd volkomen bc-
vredigende resultaten uit zijne vergelijkingen trekken, hij stelt
door zijne methode niettemin anderen in de gelegenheid, van
de door hem bijeengegaarde materialen een dankbaar gebruik
te maken. Doch in elk geval is deze nieuwe arbeid eerst on-
langs aangevangen, en heeft dus nog weinig kunnen bijdragen
ter bevordering van het doel waartoe hij ondernomen werd.
Ver van overtollig was alzoo het bi_j den aanvang dezer proeve `
gestelde voorbehoud. Zelfs mogt na het gezegde de poging om
ook eigene, van de meest algemeen aangenomene in zekere op-
zigten afwijkende denkbeelden omtrent de Vedisehe godsdienst
en tevens hier en daar eigen vertaalproeven uit den Rig-Veda
mede te deelen, een zeer gewaagd ondernemen heeten, ware het
niet dat een onderscheid behoort te worden toegelaten tusschen
een streng philologischen arbeid en eene meer nederige poging
om den besehaafden lezer in ’t algemeen met eenige reeds ver-
kregen resultaten der wetenschap bekend te maken en daarne-
vens tot nader onderzoek van sommige bestaande meeningen
aanleiding te geven. 'l`en opzigte van de bedoelde proeven van
vertolking zij hier nog aangemerkt. dat zij ontworpen werden
met behulp van die middelen. waarover wij tegenwoordig be-
schikken kunnen, zooals de straksgenoemde commentaar van
Sayana, voor zoove1· die is uitgegeven. en de bestaande verta- `
lingen en aanteekeningen onzer lrluropesehe geleerden. Aan
eene navolging van het oorspronkelijk metrum kon voor ’t ove-
rige ook hier niet worden gedacht: en eene vertaling in onze
gemeenlijk gebruikelijke versmaten is, gelijk sommige Fransche
en Engelsche proefnemingen almede wel bewezen hebben, door-
gaans weinig geschikt om den geest en het karakter van het
oorspronkelijke eenigzins naar eiseh weer te geven: een vrij
metruin, zooals dat ook door de l.)uitschers menigmaal pleegt
gebezigd te worden, scheen dus nog het meest geschikt tot het
voorgestelde doel. Welligt ware eene eenvoudige proza-vertaling