HomeDe maan der kennisPagina 9

JPEG (Deze pagina), 799.44 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

ïï i G " x
i
I
E
j DE MAAN DER. KENNIS. 7
§ van deze uit de banden der eindigheid worde11 verlost, en zoo-
l doende door vrijheid tot zelfkennis worden opgevoerd. Het rijk
van den Geest zien wij mitsdien in ons drama tusschen twee,
` wel is waar beide uit hem zelven, den gemeenschappelijken
stamvader, geborene, maar niettemin onderling vijandige magten
. verdeeld. De eene partij, bestaande uit louter hartstogten en
ondeugden, en aangevoerd door VVaan, of de verbijstering, houdt
den Geest terug in de wereld der verschijnselen, zoodat hij zich
verbeeldt, zelf tot de reeks der verschijnselen te behooren en _
slechts een eindig lk te zijn, - eene inheelding, waardoor hij
gestadig in angst en schrik verkeert, en de gansche wereld der
geesten in verwarring brengt. De tegenovergestelde rigting,
die der redelijke onderscheiding, en die dan ook Rede als hoofd
'_ erkent, is de partij van zelfverloochening en van deugd; haar
i streven bestaat in de verlossing van den Geest, eerst door on-
t derwerping van hare en zijne vijanden, de zelfzuchtige harts-
` togten, en vervolgens door de openbaring van het regtzinnig
j geloof. De strijd nu tusschen beide partijen vormt den hoofd-
inhoud van het stuk: het besluit is de vrijwording van den
Geest, symbolisch voorgesteld als het verrijzen van de Maan
der Kennis. De Geest, dat is altijd de Algeest, die tevens de
' Mensch bij uitneinendheid, de Poeroesha is, komt ten laatste,
l na den val van Ylfaan en al de zijnen . tot de overtuiging:
l Wat ik tot dusver als het wezenlijke beschouwde, de wereld
j der eindige verschijnselen, is niets; en het Vilezen, dat ik zocht,
· maar niet vinden kon, ben ik zelf, ik de Godmensch, de Op-
a perheer.
Dit wat het zuiver wijsgeerig karakter van ons drama be-
‘ treft. Maar nu speelt tusschen al die metaphysische abstrac-
l tien ook nog eene meer bepaald theologische, of wil men, for-
malistische rigting. De dichter, zeiden wij reeds, is niet alleen
als wijsgeer Vedantist, maar als theoloog ook Vishnoeïet: dat
wil zeggen: voor hem geldt Vishnoe, in tegenstelling van Civa,
’ als persoonsverbeelding van den Geest. En hier, wij erkennen
het gaarne, stuiten wij op eene moeilijkheid, die hij de verkla-
ring van het drama ons niet weinig in den weg staat. Oin
het onderscheid tusschen die beide, meer bepaald godgeleerde
rigtingen slechts eenigermate duidelijk te maken, zou niet al-
leen eene vrij hreedvoerige oudheidkundige verhandeling worden
vereischt, maar bovendien is de lndologisehe wetenschap ook .
nog geenszins hij magte om alles reeds te verklaren wat tot den
/