HomeDe maan der kennisPagina 46

JPEG (Deze pagina), 661.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.37 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

il
DE MAAN DER KENNIS.
(12) Den Wagenmcnner bij een Indisch Vorst en krijgsoverstc
stelle men zich niet voor als een eenvoudig koetsier, maar als den
medestrijder, en bijgevolg ook veelal vertrouwde van zijn meester.
Zoo is ook de Wagenmenner van Indra een zeer voornaam persoon
in de Indische mythologie.
(13) Schoon de vier volgende regels in den tekst in proza wor-
den gesproken, kwam het ons toch geschikter voor, bij onze na-
volging den spreker in versmaat te laten voortgaan. Zoo ook eenige
regels verder.
' (14) Letterlijk; "Waar de ligte winden zelve boetelingen schijnen,
die de Pacoepata- (Civa-) geloften hebben afgelegd?
(15) De uitdrukkingen van den tekst zijn hier door kortheid cn 1
gedwongenheid alligt eenigzins duister. Vishnoe heet er; "zonder
aanvang, begin hebbend in "Krishna". Het kan echter moeijclijk j
worden betwijfeld of deze woorden doelen op de bekende voorstel-
ling van Vishnoe’s menschwording.
(16) De Nyäyädeer kan in zeker opzigt als voorlooper en weg-
bereider van den Vêdànta beschouwd worden, en is dus hier niet
zonder grond als gezant voorgesteld, die den oorlog komt verklaren
aan de tegenpartij, de ongeloovige, alles ontkennende rigting.
(17) Hier wordt hoofdzakelijk gedoeld op de groote Brahmaansch-
wijsgeerige scholen van Indië, die, wel is waar, onderling in menig
belangrijk beginsel zeer verschillen, maar nogtans alle gewoon zijn, ?
het gezag der Veden en der overige heilige boeken in te roepen,
’t geen met de eigenlijk gezegde kettersecten, zooals de meeste
Boeddhistische, niet altijd het geval is. In den tekst wordt hier j·
ook de Sänkhyà-leer genoemd; uit hetgeen verder volgt zou men
echter moeten betwijfelen, zelfs tegen het gezag der Scholiasten, of
hier wel de atheïstische Sànkhyà (zie hierover: Gids van Dec. 1868)
bedoeld kan zijn. Meer waarschijnlijk komt het ons voor, dat de dich-
ter hier de theïstische Sänkhyä van Patandjali in ’t oog had, die
anders in den regel ook de Yöga­leer wordt genoemd. jij
(18) Ultramontanisnic en Gereformeerde Orthodoxic in ver-
`