HomeDe maan der kennisPagina 45

JPEG (Deze pagina), 641.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

DE MAAN DER KENNIS.
tooneeltjc is, naar wij uit andere gegevens kun11en opmaken, als
uit het leven gegrepen. De aanmatigingen der Brahmanen en hunne
belagchelijke pogingen om zich hemelhoog boven de overige men-
sehen en ook wederom boven elkander te verheffen, moeten bijwij-
len aan het ongeloofelijke hebben gegrensd.
(6) Ook deze bluf is geenszins zoo dwaas overdreven voorgesteld
als men misschien meenen zou. Bij de Indiërs bestond inderdaad
een geloof, dat een heilig man door zijne boeten en goede werken
zich zoo hoog kon verheffen, dat de goden, d. i. de he1nelbewo­
ners, zelfs hem dienen moesten. In de Indische mythologie vindt
men hiervan meer dan één voorbeeld, dat voor het hier gegevene V
niet behoeft onder te doen. ­
(7) Vergelijk het in de inleiding gezegde omtrent den strijd tus-
schen de Vishnoeïeten en Civaïeten. Later ontmoeten wij ook Ci-
vadienst en hare aanhangers, als bondgenooten van Koning Waan
en tegenstanders van Vishnoedienst.
(8) Tusschen deze woorden en de volgende staan in den tekst
eenige, waarvan de letterlijke vertaling juist niet moeilijk is , maar
waarvan de zin, ook bij do verklaring der scholiën, ons ontgaat.
(9) In den tekst wordt deze persoonsverbeelding onder den naam
Bhaïravï, d. i. Doergä, de echtgenoote van Civa, voorgesteld. Er
kan echter geen twijfel zijn, of hiermede is de Civadienst, in te-
genstelling van die van Vishnoe bedoeld , en niet de echtgenoote
zelve, of de vrouwelijke personificatie van den God.
(10) Eene tint van ironie tegen zijn eigen stelsel valt hier bij
den dichter niet te miskennen, die ook te veel satiricus was, om
zelf niet in te zien, tot welke dwaasheden ook het overdreven, alle
waarheid en werkelijkheid in de verschijnselen ontkennend idealisme
van den Vêdànta leiden moest.
(ll) Lang heeft de Westerling dit beginsel niet alleen als het
hoogste voorschrift zijner godsdienst en zedeleer, maar ook als zijn
bijzonder eigendom beschouwd, waarvan naar hij meende de "Hei-
denschc" Aziaat geen denkbeeld had.
·