HomeDe maan der kennisPagina 41

JPEG (Deze pagina), 710.70 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

nr; MAAN DER KENNIS. 39
van den nacht der enwetenheid, en vaagt de laatste nevelen
van "den twijfel weg, en in den donkeren schoot der vergetelheid
zinkt Wraan met al zijne satellieten en al de vijanden vanden
Geest.
Ten slotte verschijnt nog `Vishnoedienst om zich te verblij-
den in den aanblik van het werk , door haar en hare vrienden
volbragt. En eerbiedig nadert haar de Geest, zegt der heilige
boetelinge dank voor hare weldaden, en eindigt met de heil-
bede, dat hare gunst het menschdom steeds ten zegen moge
strekken, en dat alle vromen en goeden, veilig en door Ken-
nis voorgelicht, den togt mogen voortzetten over den oceaan des
levens, zonder te stranden op de klippen van zelfzueht en van
zingenot (21):
5 "Gelijk ’t versehroeide veld de milde najaarsregen
i Zij ’t menschdoin ginds op aarde, o Heil’ge! uw gunst ten zegen Y
Der Vorsten wijs bestuur, geen duist’re dwing’landij
Beheersehe land en volk! Van waan en dwaling vrij
Moog’ de opgeklaarde geest den donk’ren nacht verbannen,
Waar zelfzueht, eigendunk en driften zamenspannen,
En kennis, als de baak, op ’s levens klip gesticht,
Zij hem ten gids naar ’t rijk van ’t onverganklijk lieht!"
4 lndien het ons thans gelukt is, zin en strekking van het hier
Z in zijne hooidtrekken verklaarde drama, aan de meesten onzer
lezers duidelijk te maken, het zal ons eene aangename voldoe-
ning voor een niet gemakkelijken arbeid zijn. Maar wij kun-
nen in dat geval het oordeel over het stuk ook gerust aan
henzelven overlaten. VVij meenen hen in de gelegenheid te
hebben gesteld om, zoo niet volledig, dan toch in voldoende
mate, afgezien van den vorm, zoowel de wezenlijke schoonhe-
den te waarderen, die het een eersten rang onder de letter-
kundige voortbrengselen van ouder en nieuwer tijd verzekeren,
als de feilen op te merken. waaraan het, meer nog door zijn
eigen karakter dan door onhedrevenheid des dichters. ook hier
en daar mank gaat. Dat het Prabödlialjaindrödaya door en door
een Tendenz-stuk is, en dat ook eene zee lijn uitgesponnen
allegorie als wij hier aantreilen, niet altijd van zekere smake-