HomeDe maan der kennisPagina 35

JPEG (Deze pagina), 792.57 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

nm nnixx Dmc KENNIS. 33 j
zi_jden in de gelederen werden aangeheven. Niet zonder vor- .
{_ melijke verklaring echter wenschte Koning Rede den strijd aan `
te vangen, en daarom zond hij, eer het sein tot den aan-
gegeven werd, de Logica (Nyayä.) als gezant (16) j naar
gg lxoning ):Vaan, om het rijk van hem op te eischen, oi, bzj
weigering, hem uit te dagen tot den openlijken krijg. Hoog-
hartig, gelijk zich wel laat denken, klonk het antwoord van
den regerenden Vorst; en terstond nadat de gezant zich had
teruggetrokken, begon ook het gevecht. In de voorhoede van
Koning Waaii streden de twijfelingen der ketters en ongeloo-
vigen en bestormden de aanhangers van Koning Rede met magt
i van ketterschriften; maar onwrikbaar stond tegenover hen allen
l de Redekunt (Sarasvatï) met hare bondgenooten, en overstelpte
j hen met Veda’s en Oepaveda’s en Anga’s en Poêrana’s en
Itihasa’s en 11og zooveel heilige boeken meer dat zij spoedig
.1 begonnen terug te deinzen en genoopt werden den aanval op
HT te geven. Terwijl nu echter het vijandelijk leger zich weer
{ verzamelde en tot een hernieuwden aanval zich gereed maakte,
7 zag men een merkwaardig verschijnsel. Aan de zijde van Vorst
Rede, den Vishnoeïet, verrezen niet alleen al zijne geloofsge-
nooten, maar ook ettelijke Qivaïeten en Brahrnaïeten schaarden
zich aan zijnen kant; en nevens den Vêdanta, zijn eigen stel-
sel, traden ook de overige, anders afwijkende en elkaar bestrij-
dende systemen in het gelid (17). Niet zonder reden geeft bij
dit gedeelte van het verhaal Gemoedsrust hare verwondering te
kennen, dat rigtingen, die elkaar anders plegen te bekam-
pen, nu zoo broederlijk nevens elkander konden staan. Geloof
geeft evenwel spoedig eene afdoende verklaring van het raad-
sel: VVanneer beide, uit de Heilige Schrift geboren rigtingen
in het bepaald ongeloof (of wat ze daarvoor houden) een gc- l
meenschappclijken vijand te bestrijden hebben. dan verbinden
è ze tijdelijk zich niet elkander, hoezeer zc anders ook onderling
verdeeld mogen zijn (18). Bovendien is er ook geen wezenlijk
onderscheid tusschen de geloovigen; de vormen hunner gods-
dienst mogen soms verschillen. en zij mogen andere namen
if geven aan het Y/Vezen. dat zij vereeren, hun streven is toch
· één en hetzelfde:
"l’let ongeboren, eeuwig, onverganklijk licht
j. Heet Bralnna voor den een, en voor den ander Vishnoe
j Of (Jive, al naar ’t in zijne eigenschappen zich
· 5
l
i