HomeDe maan der kennisPagina 32

JPEG (Deze pagina), 731.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

30 DE MAAN DER KENNIS.
Vorst, hoe den kamp met die magtige vijanden denkt te
bestaan, antwoordt zij:
ii
“ECl1 vriendlijk woord voor hem, die ligt in toorn ontbrandt,
Een kahn bescheid aan wien door drift zich laat vervoeren,
Een groet voor wien ons seheldt en ons vervolgt met smaad,
Een zegewensch voor hem die slaat en ons vervloekt:
Ziedaar mijn wapens, Vorst! Geen haat vindt toegang meer
In ’t hart dat zich ontsluit voor liefde tot den naaste (Il)."

Tegenover Bcgeerte eindelijk zendt Koning Rede de Tevre-
denheid (Samtösha) in het strijdperk. -­ "Waarom, - vraagt
deze (wederom eene mannelijke personificatie), - waarom is
niemand tevreden met zijn lot? Naauw heeft men verkregen *
wat men wenscht, of men begeert weer wat anders. Naar j
schatten jaagt de mensch, en bedenkt niet dat hij toch een-
maal weer van zijne rijkdommen scheiden moet, ’t zij dat hij
ze verliest, ’t zij de dood een eind maakt aan zijn bezit. En
de dood, de graauwe dood, met de eeuwige slang tot hoofd-
sieraad, komt altijd, en dwingt hem toch eenmaal te verlaten
wat hem lief is geworden. Is het u dan niet beter, niet al-
V les te verkrijgen wat gij verlangt, dan toch weêr te verliezen
wat gij verworven hebt? Gelukkig in waarheid slechts hij, die
het stof der hegeerlijkheid leerde afwasschen in den klaren °
stroom der tevredenheid met het aangewezen lot!"
Nadat nu ook deze kampioen zijn last ontvangen heeft, komt Q
een bode den Vorst berigten. dat het leger gereed staat om
naar Benares op te breken en den veldtogt tegen Koning VVaan
te ondernemen. De krijgsolifanten, de strijdwagens met vlugge
en sterke paarden bespannen, het voetvolk met lange speeren
gewapend, en de ruiterij niet het blinkend zwaard in de hand,
staan tot den marsch geschaard; en alles wacht slechts op den I
Vorst, om op te trekken ten strijde. Het heilofier wordt
geplengd, en de Koning hestijgt met zij11 VVagenmen- f
ner den strijdwagen om zijn leger op te leiden tegen den
vijand. -
Het slottafcreel van het vierde bedrijf vertoont ons Koning
Rede, Benares op zijn strijdwagen genaderd tegen ’t vallen van
den nacht.
­­­ "Zie, o Vorst! - dus spreekt de ‘Wagenmenner (12)
den aanblik der stad, -
i
i
l
i
i
_ l