HomeDe maan der kennisPagina 31

JPEG (Deze pagina), 762.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

nn nn./in Dian Kennis. 29
Wel voldaan geeft Geloof thans haar voornemen te kennen
om Koning Rede te gaan opzoeken, die tijdelijk in het heilige
land van Radha zijn verblijf houdt; en na een hartelijk afscheid
van hare vriendin begeeft zij zich op weg ter voldoening aan
· j den last van de Vorstin Vishnoedienst.
j De toegezegde hulp dezer magtige bondgenoote versterkt dan K
ook Koning Rede in zijn voornemen om, in afwachting van de
groote gebeurtenis, die hem en den zijnen voor goed de heer-
j schappij over het menschdom zal verzekeren, reeds terstond den
j oorlog te verklaren aan Koning Wfaan. In het tweede tooneel
l optredend met zijne vrouwelijke, uit verschillende deugden
j zaàmgestelde lijfwacht, doet hij van zijn kant, even als Koning
!· Waaii in een vorig bedrijf, zijne getrouwen oproepen en gelast
hun, zich aan te gorden tot dc11 strijd tegen den gemeenschap-
- pelijken vijand.
Zoo verschijnt op zijn bevel in de eerste plaats Wezerikeiinis `
(Vastoevitjara, d. i. hij die het wezen der dingen zoekt en
onderscheid maakt tusschen wezen en schijn). Deze bijzonder
j ijverige kampvechter heeft het voornamelijk op de vrouwen
voorzien:
-~ "Wat, -· roept hij in verontwaardiging uit, ­- wat is
dan toch de vrouw? Een geraamte van beenen en knoken met
ij wat vleesch er over heen en met fraaije kleederen bedekt, an-
ders niet. Iets wezenlijks mag men ’t niet noemen. Denkt
gij soms: dit of dat meisje heeft mij opgemerkt, kent mij,
heeft mij lief, ­- weet dan, gij dwaas! dat dit ding van vleesch
en been niets ziet noch kent, maar dat het alleen de onligcha-
melijke geest is, die vermag te kennen en te aanschouwen.
jl Dat verschijnsel, dat vrouw heet, blijft altijd iets onwezenlijks;
maar, voor zoover het als verschijnsel nog een aanzijn heeft,
doet het niets dan kwaad. O vrouw! uw naam is onheil! (10).” -
VVezenkennis wordt nu door Koning Rede tot kampioen tegen
l Liefde benoemd, vermits toch de vrouw de sterkste bondgenoote
van dezen, en Wezenkennis juist op haar het ergst gebe-
jj ten is.
lg Nadat hij weder is afgetreden, vertoont zich eene figuur van
je zachter en liefelijker aard: het Geduld (Kshamà) , even als Ge-
moedsrust en Vriendschap dc vrouwelijke persoonsverbeelding
i eener deugd. Zclfbehecrsehing en vergevensgezindhcid zijn hare
voornaamste eigenschappen en tevens de middelen waarmede
j; zij Haat en Toorn bestrijden zal. Op de vraag toch van den
l