HomeDe maan der kennisPagina 28

JPEG (Deze pagina), 703.45 KB

TIFF (Deze pagina), 6.35 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

26 DE MAAN DER 1<ENN1s.
getogen zwaard op hein aankomt). - Nu, nu! hooggeeerde
heer! Uw naaste geen kwaad te doen is innners de eerste der
pligten!
"Bedelaar. - Hoogeerwaarde heer! Waartoe die toorn bij
een voor de aardigheid aangevangen woordenstrijd?" L
De Schedelman, hiermeê voor ’t oogenblik voldaan, steekt
zijn zwaard weer op, en de Naaktlooper, nu ook weêr moed
vattend, begint op nieuw:
- "Mag ik u thans nog eens iets vragen?” ­- "Ja!" i
-­· "Nu dan! wij hebben thans gehoord, wat uwe heilige ge-
bruiken zijn; maar zeg ons nu ook, waarin uwe zaligheid be-
staat/’ - "lVel vriend! in zingenot! VVaarin anders? !
Waar zaagt gij ooit geluk, gescheiden van de zinnen? (8) `
Of wenscht ge als hoogst genot dan , zeg ine! een steen te zijn ?"
Nu, dat kan Naaktlooper noch Bedelaar vatten! Zaligheid
zonder verlooehening van begeerten, schijnt hun onmogelijk.
ln elk geval is ’t in strijd niet de Veden en de verdere Heilige
Schriften (waarop ze zich thans weêr, tegen de wederpartij nl.,
beroepen). Maar de Sehedelman weet er spoedig raad op om
beide ketters te overtuigen. Geloof (d. i. dan weer zijn eigen
bijzonder geloof, of dat zijner secte) zal hen wel tot rede brengen.
Dit geloof, door hem opgeroepen, treedt nu te voorschijn als
Civaïetin, namelijk even als hij met een halsketen van doods-
beenderen versierd (Kàpàlini), maar voor ’t overige als een zeer
schoone , zeer wellustige vrouw. Op bevel van den Schedel-
man, den Qivaïet, gaat zij, terwijl Geloof en Gemoedsrust uit `
haar schuilhoek inet schrik haar gadeslaan, naar den Bedelaar
en omhelst hem. Het middel blijkt spoedig uitnemend te wer-
ken; althans de Boeddhist bekeert zich al vrij vlug tot het
Civaïsme. Evenzco gaat het den Naaktlooper als de Qivaïete
zich tot hem wendt. {Jammer dat het gansehe, nog al Aristo-
phanische tooneeltje zich bezwaarlijk voor heel kiesehe ooren
laat wedergeven !)
Met de inwijding in de Qivaïetische geheimenissen is het
hiermeê echter nog niet uit. De beide bekeerlingen hebben
een voorproefje van de liefde gehad; ze moeten nu ook aan
den wijn. En na eenig tegenstribbelen van hun kant. gelukt
het den Schedelman, met behulp van zijn Schedelvrouw. ook
weldra hun den beker te doen ledigen, waarin hij het parelend