HomeDe maan der kennisPagina 26

JPEG (Deze pagina), 776.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

24; DE MAAN DER KENNIS.
- "lleen, - meent Gemoedsrust, ­ ’t is een spook!
- "Doch een spook, - verbetert Medelijden, - vertoont l
zich zoo niet op klaarliohten dag. i
- "Ha.! ik zie het all ~ herneemt Gemoedsrust, - het is
een Naaktlooper."
En inderdaad blijkt uit eenige woorden, die de man spreekt,
dat hij een volgeling is van Djina (aan de secte der Boeddhis-
ten verwant, schoon van deze in sommige leeringen ook weder EQ
r afwijkend) en die in ’t bijzonder de gelofte heeft gedaan, zich
niet te kleeden; vanwaar dan ook zijn naam: Digambara of
Naaktlooper. Terwijl de beide vrouwen hem onbemerkt bespie-
den, roept hij luide de moeder van Gemoedsrust: - "Geloof!
Geloof! kom hier!" - Eene vrouw verschijnt en vraagt hem
naar zijn welbehagen.
- "Ga, -­ antwoordt hij, ~ tot mijne scholieren, en be- ij
waak ze streng, dat ze niet in verleiding komen!" jg
Geloof, of die er de rol van speelt, verwijdert zich gehoor-
zaam. Gemoedsrust, schoon hare moeder in die vrouw niet E
herkennend, is echter op ’t hooren van den naam niet weinig
verschrikt; maar Medelijden stelt haar dra weder te vrede: ,‘
- “()ok onder de ketters, - zegt zij, - is er een Geloof;
maar het is eene dochter der duisternis. Nu zal die daar on-
getwijfeld dat Duisternis-geloof zijn." »·
De Naaktlooper houdt intusschen niet lang het rijk alleen.
Naauw is zijn Geloof heengegaan, of daar verschijnt een echte l'
Boeddhist, in de gedaante van een bedelaar, lang en mager als · j
een jonge palmboom, en met een enkelen vlok op den overi- ,
gens kalen schedel. · Ook deze roept Geloof op, en terstond ver- i
schijnt weêr de gedienstige, schoon onder een anderen vorm.
- "Ga, - dus beveelt hij, - en verkondig onze leer onder
de bedelaars en al ’t overige gemeene volk!"
Geloof rukt weêr uit; en nu ontwaart de Bedelaar den Naakt-
looper, dien hij aanspreekt, en met wien hij natuurlijk al spoe-
dig in twist geraakt over het regte geloof en den waren weg
ter zaligheid.
Terwijl nu het gekibbel tusschen die twee, tot groote stich-
ting van de beide luisterende vrouwen, nog voortduurt, ver-
schijnt er een derde, maar die er nog heel wat erger uitziet
, dan de beide anderen. ’f ls dan ook een heretiek van veel
kwaadaardiger natuur: een ultra-Qivaïet namelijk, of vereerder
van dien Civa, die even als Doergä., zijne vrouw. behagen schr-pf
i
· ?
!