HomeDe maan der kennisPagina 25

JPEG (Deze pagina), 765.97 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

i ore Mmm Dmc icnnnrs. 23
lijk te maken: doch, terwijl ze nu de ware Qlraddhà. die het
veitegoiiwoordigt, voor ’t oogenblik nog niet in handen weten
te krijgen, komt een nageinaakt geloof (eigenlijk Vleijerij in de
gedaante van Qraddhä) hun te hulp, en zorgt, dat de tegenpartij
hen wel is waar ketters of onregtzinnigen, maar daarom nog
geen ongeloovigen kan noemen: ’t geen altijd, wil mon der we-
reld zand in de oogen strooijen, een voordeel is. Nu heeft dit
Kettergeloof ook nog de aangename hoedanigheid , alle hetero-
doxe secten tegelijk te kunnen dienen, zoodat het op den roep _
” des eenen even vlug als op dien van den anderen verschijnt,
en den een steeds evenzeer als den ander weet te voldoen. Het
ware geloof is middelerwijl volkomen zoek geraakt; niemand
weet meer, waar het te vinden.
j Dit alles wordt ons duidelijk in het derde bedrijf, waarin
Gemoedsrust (Cànti) met hare vriendin Medelijden (Karoenà)
optreedt, te vergeefs hare moeder, Geloof, zoekend, die ver-
loren heeft. Gemoedsrust is zich zelve niet meer, nu zij den
steun van Geloof moet missen: zij is onrustig geworden en
loopt gejaagd her- en derwaarts, terwijl hare vriendin Medelij-
den haar vruchteloos moed tracht in te spreken. - "Ach! -
roept zij uit, ­­ waartoe verder nog te zoeken? Overal ben
­ ik al rond geweest, maar ik vond haar nergens.
Langs Ganges’ heilig strand, met vrome boetelingen
Bevolkt, zwierf ’k rustloos om; hun kluizen, wel voorzien
· Van al wat de eerdienst eischt, van kransen, ringen, schalen,
Doorzoeht ik een voor een; maar - van Geloof geen spoor!"
» Medelijden, schoon eigenlijk ook ten einde raad, komt eeh-
ter, om hare vriendin te troosten, of althans haar bezig te hou-
· de11, op den inval om eens bij de ketters te gaan zoeken, of
‘ Geloof ook soms onder hen verdwaald mogt zijn. Gemoedsrust
stemt toe in het voorstel; terwijl echter beide zich op weg wil-
len begeven, wordt haar de moeite al gespaard, vermits daar
juist een aartsketter aankomt. De beide vriendinnenherkennen
> hem evenwel zoo terstond niet, en staan in ’t eerst, niet zon-
der reden. ontzet bij zijn aanblik. De man namelijk is spier-
naakt en van top tot teen met modder besmeerd, terwijl zijne
lange ongekemdo haren hom langs de schouders zwieren. ln
zijne hand houdt hij een paauwcnstaart.
~ "Ach. vriendin! een hooze geest!-roepl Medelijden uil.