HomeDe maan der kennisPagina 21

JPEG (Deze pagina), 697.68 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

nn Armin man nnnnis. 19
"Eigendunk. ·- Mijn zoon! Ik had vernomen dat Koning
Waan een onheil dreigde van de zijde van Koning Rede; en
daarom ben ik nu herwaarts gekomen om eens onderzoek naar
den regten stand van zaken te doen.
"Huichelarij. -Nu, dan is Uw Eerwaardc hier juist ter reg-
j ter tijd aangekomen, daar ook weldra onze Vorst uit de Indra-
) wereld hier wordt verwacht. Men zegt namelijk dat hij te Be-
nares zijn verblijf wil gaan houden."
In korte woorden deelt Huichelarij nu verder aan Eigendunk
» mede, welke gevaren het rijk bedreigen en welke middelen er
‘ bcraamd worden om zc te kccren. Terwijl hij daarmede bezig
J is, verkondigt de roep van een Heraut buiten het tooneel de
komst van Koning Vaan in de heilige stad, en Huichelarij
verwijdert zich met Eigendunk om den Vorst zijne opwachting
te gaan maken. -
Het tweede tooneel brengt ons eindelijk ook met Koning
Waan zelven in kennis. De groote gehoorzaal van zijn paleis
te Benares binnentredend met zijn gevolg, houdt de Koning
eene alleenspraak, waarbij hij, als atheïst, materialist en com-
munist, om de menschen lacht die nog aan iets gelooven: ‘
-- "Och! die onnoozele lieden! Hoe ze door fraaije woorden
zich laten verschalken!
Er is een Zelf, een ziel, - zoo zegt men, - onderscheiden
Van ’t ligchaam; zij geniet in de and’re wereld ’t loon
j Der goede werken. - Nu! die hoop geldt evenveel
Als bloesem, bloem of vrucht te wachten van een luchtboom!
Aan voorstellingen blijven ze hangen, aan beelden uit hun
eigen brein, en zoo bedriegen zij zich zelven en de wereld.
Wat niet is, dat is juist het Wezen, -- zeggen zij,
Met ijd’len woordklank hen bestrijdend, die teregt
Den Geest ontkennen. Wie, wie heeft er zonder ligchaani
Ooit geest of ziel aanschouwd? Wat anders dan de som .
Van de verschijns’len zelve is ook het menschlijk leven?
En ’t ergste is juist dat ze ook anderen, niet alleen zich zelf
misleiden l
Als menschen van elkaar 11iet door gelaat of leden
Yorselieiden zijn. wat dan in standen ze verd<·eld?
2 ·>e