HomeDe maan der kennisPagina 19

JPEG (Deze pagina), 684.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

4 ­1>E MAAN DER KENNIS. 17
"Ginds op zijn rotsblok troont, aan Ganges’ koelen oever
Een heilige. Oin zijn staf is koeça-gras gewoeld,
En naast hem ligt zijn nap, terwijl zijn vingertop
‘ De kralen van zijn krans, als bad hij, staäg verschuift.
jj De huich’laar! die slechts aast op ’t goud en goed der rijken!
De klnizenarij, die hij thans nadert, schijnt hem beter uit
i te zien. bespeurt zelfs een bepaalden reuk van regtzinnig-
heid. Nog meer is hij opgetogen, als hij, steeds nader bij ge-
komen, Huichelarij zelf ontwaart:
"Maar zie, daar is hij zelf : van ’t hoofd tot aan de voeten
j Met graauwe klei besmeerd, en haarvlok, pols en oor
! En lendenen omkranst met koeça­gras. Voorwaar!
i ’t Is me of de Huich’larij daar levend vóór mij staat!”
De ontvangst is echter vèr van vleijend. Terwijl hij aan
Huichelarij zijn groet wil brengen, weert deze hem af met min-
achtend gebaar, en een scholier, die middelerwijl uit de kluize-
naarsvvoning is te voorschijn gekomen, wil hem zelfs terugjagen,
en verbiedt hem den drempel te betreden eer hij behoorlijk
_ zijne voeten heeft afgewasschen.
- - "Hoe! wat? - roept Eigendunk uit,-­­ik een Crötriya
Brahmaan uit het regtzinnig land van Gaüda, ik zou hier nog
eerst mijne voeten moeten wasschen!"
Na veel gekibbel geeft hij evenwel toe, en maakt gebruik
van het bekken dat de scholier hem op een wenk van Huiche-
s larij heeft aangeboden. Maar naauwelijks doet hij, na de voet-
wassching, een stap om Huichelarij te naderen, of deze weert
hem heftiger nog dan te voren, af. - "Terug, - zegt hij, -
terug van hier! Ik ruik eene verdachte lucht!"
Nu wil Eigendunk ten minste een oogenblik uitrusten en
zoekt een plaatsje op de bank bij de deur. Maar dat gaat ook
al niet:
"Scholier. - Hei daar! men gaat zoo maar niet op den ze-
tel van den hoogheilige zitten.
"Eigendnnk. -- Hoe nu, ellendeling! Wij die in het regt-
zinnige Gaüda om onze heiligheid beroemd zijn, wij zouden
niet eens op die bank mogen zitten! Hoor eens, gij uilskui-
ken! en verneem wat 1k ben. Geen spatje kleeft er op mijn
stand:
;. 2