HomeDe maan der kennisPagina 15

JPEG (Deze pagina), 685.87 KB

TIFF (Deze pagina), 6.40 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

va
nn Maan nen Knnnis. 13
waarin deze, almcde door invloed van Eigendunk (Ahanikära,)
den oudsten zoon van Verstand, ter kwader ure zóó zich zelf
begon te aanschouwen dat hij zich ging inbeelden, niets anders
dan die wisselende vormen en gedaanten te zijn. Op die wijze
verloor hij langzainerhand het zelfbewustzijn, loste zich op als
’t ware in de verschijnselen, en zag zich dien ten gevolge door
deze gekluisterd als met onverbreekbare ketenen. WVel blijft er
nog eene ilaauwe herinnering aan zijne voormalige vrijheid en
zelfstandigheid bij hem over, maar juist die herinnering maakt
hein des te ongelukkiger.
"Met honderd keet’ncn is aan wereldvreugd de Geest
Door Eigendunk en ’t rot dier boozen vastgeklonken.
_, Zelfdenkend, zalig, vrij van elken wensch, verkeert
llij door hun toedoen nu in staat van diepe droefheid.
Als ’t sehitt’rend bergkristal aanschonwt de Geest, misleid
Door Schijn, als in een staat van vormverand’ring zich;
En, schoon van wiss’ling vrij, hij niets verliezc aan glans,
Toch doet de oneed’le vaak hem twijf’len aan zich zelven."
En zoo ontstaat in hein dan ook de voorstelling, dat hij de
handelende persoon in den mensch uitmaakt, terwijl het inte-
gendeel Verstand is, die door Daad en hare kinderen de han-
delingen der menschen te weeg brengt.
"Schoon óón, woont nu de Geest veelvormig in die velen,
` En wat Verstand bedrijft, weerspiegelt zich in l1em."
Dit gaat bij wijlen zóóver, dat hij in den mensch zijn eigen
wezen in ’t geheel niet meer weet te herkennen, en, door Ei-
gendunk op het dwaalspoor gebragt, het eindig en voorbijgaand
Ik met al de daartoe behoorende, voorbijgaande vormen als het
eenig wezenlijke leert beschouwen. Zoo vergeet hij zich meer
en meer, en denkt dat hij zelf de beperkte eindige lkheid is.
"lk ben geboren, ­- denkt de Geest, -­ deze is mijn vader,
Mijn moeder die; inijn vrouw, mijn zoon, inijn bloedverwant.
Mijn vijand en mijn vrieiid zijn de and’ren ginds; niijn huis.
Klijn schat is hier; dit weet en dat vermag ik. - Dus
Bedolven in den vloed der ijd’l<· droen;gesialteii.