HomeDe maan der kennisPagina 10

JPEG (Deze pagina), 846.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 33.09 MB

g 8 DE MAAN DER KENNIS.
geduchten en blijkbaar eeuwenheugenden strijd der beide groote
secten betrekking heeft. Voldoende dan zij het voor ’t oogen-
blik, op te merken, dat de Vishnoedienst in ’t algemeen als_ de
§ meer humane en meer wijsgeerige, die van Civa als de ruwere,
meer zinnelijke beschouwd kan worden; en indien hier eene al-
l ligt gewaagde, althans slechts ten deele passende vergelijking geoor-
_ loofd mogt zijn, wij zouden de eerstgenoemde, wat haar karakter
betreft, ongeveer in eene soortgelijke verhouding kunnen be-
schouwen als het Christendom tegenover de oorspronkelijke
godsdiensten der klassieke oudheid. Ook werd het Vishnoeïsme
_ de godsdienst der hooger beschaafden: het Civaïsme daarentegen
bleef doorgaans, even als vele zoogenaamd heidensche gebruiken
en voorstellingen zich nevens ons VVestersch Christendom heb-
ben gehandhaafd, tot de volksgodsdienst behooren, gelijk het "* yv
oorspronkelijk dan ook van de oudere, nog wilde stammen af- FT
komstig schijnt, terwijl de dienst van Vishnoe waarschijnlijk lf
aan de Arische Indiërs haar ontstaan te danken heeft gehad. j
Hoe dit echter ook zij, in ons drama vertoonen zich beide rig- *
tingen tegenover elkander gelijk wij hier meenden ze met en-
kele trekken te mogen aanduiden; en de dichter, schoon voor V
’t overige geheel wijsgeer, blijkt toch ook nog genoeg aan eene
vormelijke eeredienst te hechten, om aan de zijne, aan die van
den in Krishna geopenbaarden Vishnoe, na behaalde zege over
de Civaïeten, een gewigtig aandeel in het groote verlossingswerk
toe te kennen, en van haar het toekomstig heil der menschheid
te verwachten. En toch, zoozeer ook de maker van het stuk
zich doet kennen als anti-Civaïet, toch geldt de polemiek en _
de satire waarmede zijn werk is opgevuld, meer nog dan alle er
andere de volstrekt ontkennende, zuiver atheïstische en mate-
rialistische rigtingen, zoodat wij een oogenblik zelfs Civaïeten en
Vishnoeïeten tegen deze verbonden zien, om voor ’t overige
weêr uit elkaar te gaan zoodra de overwinning op het volstrekte
ongeloof is behaald. Vermits eindelijk de Vêdànta (even als
trouwens ook de afwijkende rigtingen) voor zijne leerstellingen
zich op het gezag van Openbaring en Heilige Schrift, ­ d. i.
van de Veden en andere heilige boeken, - beroept, zoo speelt
1 ook natuurlijk de Openbaring hier eene zeer gewigtige rol, en
wordt voor de gzelfkennis van den Geest en de kennis der waar-
heid in ’t algemeen voorgesteld als een onmisbaar element.
= Het bovenstaande zal, gelooven wij. tot voorloopige verkla-
ring en inleiding wel voldoende zijn. Omtrent nadere bijzon-