HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 801.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

I
2
I
Werd verworpen met 50 tegen 24 stemmen. Zonder stemming daar-
entegen werden goedgekeurd de uitbreiding van de Rijksschool te
Alkmaar tot een vijfjarigen cursus, de subsidiën voor hoogerc ,
burgerscholen te Tiel, Enkhuizen en Amersfoort, en een subsidie
van f 2000 voor de middelbare school voor meisjes te Haarlem.
Het middelbaar onderwijs voor meisjes gaf tot eenige discussiën
aanleiding; na hetgeen ik over dit onderwerp in het Januarij-nummer
van dit Tijdschrift heb geschreven, acht ik het overbodig daarop
thans terug te komen. Alleen verdient te worden medegedeeld, dat .
de gemeenteraad van Arnhem sedert besloten heeft tot oprichting ‘
eener middelbare school van vijfjarigen cursus voor meisjes, indien
daarvoor , evenals voor de Haarlemsche, een ltijkssubsidie kan worden
verkregen. Ct)
Langduriger waren de beraadslagingen in de Tweede Kamer
over het landbouw-onderwijs. Voor de school te Groningen (Haren) l
was door de Regeering een subsidie vanf6000 voorgesteld, gelijk-
staande met het ook in vroegere jaren toegekende, alsmede een
van f d000 voor eene op kleine schaal in te richten landbouw-
school, die aan de Rijks hoogere burgerschool te Warffum zou
verbonden worden. De ontworpen nieuwe inrichting der Groningsche
landbouwschool, zoowel als het voorstel om te Warffum eene zoo-
genaamde akkerbouwschool of provinciale landbouwschool te ves-
tigen, gaven den heer BEGRAM aanleiding om een amendement
voor te stellen, waardoor de voor de Groningsche school bestemde
f 6000 van de begroeting zou wegvallen. Ik zal hier niet in
bijzonderheden treden aangaande hetgeen zoowel voor als tegen
de nieuwe regeling der Groningsche landbouwschool werd in ’t midden
gebracht, en bepaal mij tot de mededeeling, dat het amendement
van den heer Bnenniir werd verworpen met 38 tegen 34 stemmen.
· Dit alleen zij nog opgemerkt, dat er op het tot stand komen der
in de wet bedoelde Rijks­landbouwsohool nog weinig uitzicht bestaat.
Over enkele andere punten, die in de Kamer werden ter sprake
gebracht, zal ik bij de behandeling dier onderwerpen mij enkele
opmerkingen veroorloven.
Even als in mijn opstel in den jaargang 1868, zal ik thans
achtereenvolgens den toestand der Polytechnische school, der
hoogere burgerscholen en der burgerscholen in December 1869 be-
I
(*) Sedert ik het bovenstaande schreef, is er te Rotterdam, Dordrecht, ’s Her- d
togenbosch, Groningen en Deventer ernstig sprake van de oprichting van mid-
delbare scholen voor meisjes. {
. <