HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 47

JPEG (Deze pagina), 710.89 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

^
`
s
I
I I
`{
44 j
I
uitslag, getracht een beperkten zomereursus te verbinden. De
belangstelling in het teekenonderwijs is in den regel grooter dan
die in het onderwijs in andere vakken; en toch valt over de
vruchten van het teekenonderwijs, vooral in het handteekenen,
nog niet bijzonder te roemen. VVel zijn er loffelijke uitzonderingen, zoo
als is kunnen blijken uit de verzameling, op de in 1869 te
Amsterdam gehouden Internationale Tentoonstelling ingezonden;
maar het onderwijs in teekenen, hoewel sedert de oprichting
dezer scholen reeds verbeterd, is nog niet overal wat het wezen
moet
Kosrmv VAN HET MIDDl·]`L1§AAR ONDERWIJS.
Zoo als reeds hier vóór werd opgemerkt, het Regeeringsverslag
over het onderwijs is de eenige bron, waaruit een volledige opgave
van de kosten van het middelbaar onderwijs kan worden verkregen.
Dat over 1867/68, hetwelk een verslag van het middelbaar onder- .
wijs over het jaar 1867 bevat, is het laatst verschenen. lk kan
dus hier geen latere opgaven mededeelen.
De tabellen, waarin de opgaven zijn vermeld, zijn op gelijke
wijze ingericht als die in mijn vorig overzicht, waarin de kosten .
in 1866 zijn opgegeven. Uit het ltegeeringsverslag blijkt, datin de
vorige opgaven eene kleine vergissing heeft plaats gehad, daar de
gemeente Helmond in 186.5 eene som van f22$7l2.86 en in 1866
f 23508.75 heelt uitgegeven voor het gebouw der Rijks hoogere
burgersehool , dus in het geheel /' 47221.61; in het Regeeringsverslag, a
en dus ook in het door mij gegeven overzicht, was alleen voor
(*I lk mag niet nalaten hier inet een enkel woord gewag le maken van eene
broehnre van den heer .I. F. ibllCTZl€l,­AR, Over bet Ui/(/P2'?/‘{·j.S' in de bedr/mr/«· «
kuazszfwz in M·z/er/Med, waarin de ‘¤Cl1l'ljVl'l' over de bnrgeravondscholen, over het
niialdelbaar onderwijs, over hen die met het toezicht belast zijn, over het onder-
wljzend personeel en over de te Ainsterdani lentoongeslelde teekeningen op alles
behalve huxnanen toon zjjne opinerkingen inededeelt. Mijne lezers zouden
weinig gediend zijn niet eene wederlegging van die ongeinotiveer<le kritiek;
ik bepaal nijj daarom van mijn kant tot de opmerking, dat de heer Nlnrzxï-
LAAR door hetgeen hij over dit onderwerp heeft geselireven eigenlijk niets j
anders heeft getoond, dan dat hi_j ten eeneinale onbekend is met de regeling j
der bnrgeravondscholen, evenals niet die der vroeger bestaande leekenseholen,
en dat hij, door hetgeen hij over de Anister<lamselie tenstoonstelling opinerkt, ,
bewezen heeft daar niet al te best te hebben rondgekeken; anders toch zon hij `
daar veel zaken gevonden hebben _, die hij nn beweert dat er niet waren. I

I I
1