HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 847.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

34 ,
burgerschool onderwezen vakken, met uitzondering van schrijven
en gymnastiek; integendeel konden, mijns inziens, bij dat examen
zeer wel enkele vakken achterwege blijven voor de kandidaten,
die den cursus eener hoogere burgerschool geheel hebben door-
loopen; men kon ook een afzonderlijk eindexamen instellen voor
hen, die voor den handel bestemd zijn; daaraan doet zich de
behoefte nu reeds gevoelen in verschillende gemeenten, zooals '
Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Groningen, waar bijzonder
. van het onderwijs in handelswetenschappen werk wordt ge-
maakt. Nu echter de wet eenmaal een examen in al die vakken
eischt, zou men het door combinatie van vakken niet gemakke-
lijker maken; ik zou waarlijk niet weten, hoe voor sommige
vakken die zamenvatting mogelijk zou wezen; en was men
er al eens in geslaagd om vragen te stellen, die op meer
dan eene wetenschap betrekking hebben en waaruit kennis van
die verschillende wetenschappen kon blijken, dan zou zeker,
zoo als door den Minister volkomen terecht is geantwoord, de
kans voor den kandidaat er niet beter op worden. Ik ben het met
den heer Tnonnnciïn volkomen eens, dat, wordt zoodanige vraag
wèl beantwoord, de kandidaat inderdaad toont genoeg ontwikkeld `
te zijn om zich door eigen oefening verder te bekwamen; maar als die
vraag nu eens gebrekkig wordt beantwoord, hetwelk wel de regel zal
A zijn, zal men dan daaruit afleiden, dat de kandidaat niet genoeg
‘ ontwikkeld is, en hem afwijzen? Ik zou dat hoogst onbillijk
achten. Men moet dus, om een degelijken grond over zijn oordeel
te hebben, hem wel achtereenvolgens over elk vak zonder-
vragen. En dat dit vragen door specialiteiten geschiedt, ook daarin
zie ik veeleer een voordeel dan een bezwaar voor den kandidaat;
examineeren is een zeer moeilijke taak, en om het goed te kunnen
doen is ’t niet voldoende een algemeen begrip van het vak te
hebben, maar moet men er uitgebreide kennis van bezitten. De
" kandidaat zal er beter aan toe zijn, als hij bijv. in geschiedenis
i ondervraagd wordt door iemand, die gewend is daarin onderwijs
te geven, dan wanneer dit geschiedt door iemand, die daarvan
meer uit liefhebberij werk gemaakt heeft. Dat het examen niet
` moet strekken om te onderzoeken, of de kandidaat eene ,,aan­
staande specialiteit" is, spreekt wel van zelf; wat op de genees- ¤
kundige examens geschiedt, is mij niet bekend, maar dat men op
de eindexamens der hoogere burgerscholen niet in dien geest werk-
zaam is, al moge dan wellicht door een enkelen minder ervaren
examinator eens eene minder doelmatige vraag gedaan zijn, daar- .