HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 815.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

,,laat, schijnt het hoogst noodig dat de examinatorcn voortgaan
,,daarop ook vooral hunne aandacht te vestigen bij het naaien der
,,opstellen, waardoor de candidaten bewijzen leveren, of zij zich op
,,tamelijke wijze van de taal weten te bedienen?
s Bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer is de heer Tiron-
: nnokn op de examen­kwestie teruggekomen, eigenlijk naar aan-
3 leiding van de geneeskundige examens; daarbij werd echter door
i hem ook uitdrukkelijk op de eindexamens der hoogere bnrgerscholen
gewezen. De bedenkingen waren dezelfde, als reeds in het Voor-
. loopig Verslag waren medegedeeld. De heer Tnonnizoxn was van
tg meening, dat de wet wel alle vakken één voor één moet optellen,
waarover zal worden geöxamineerd, maar dat daarom nog niet in
ieder vak ,,doctorale bekwaamheid" moet worden bewezen. Het getal
der examinatoren scheen hem te groot en daardoor werd splitsing
in stede van eenheid bevorderd; voor het eindexamen der land-
I bouwschool in Groningen, waaraan drie kandidaten deel namen,
was eene commissie van negen leden benoemd; zou men niet met
drie hebben kunnen volstaan? Vat de vragen betreft, kwam het
meer aan op ,,treil°ende, beslissende vragen, die wellicht twee of
,, meer vakken omvatten, en wèl beantwoord blijk geven, dat de
,, kandidaat genoeg ontwikkeld is om zich zelfstandig door eigen
,, oefening verder te bekwamen/’ De Minister was zeer kort in zijn
j antwoord; hij zou in overweging nemen, of inderdaad het getal
examinatoren verminderd kan worden zonder aan de deugdelijkheid
' van het examen te kort te doen; het was echter moeilijk om aan
de leden der examen­commissiën voorschriften te geven over de wijze
waarop zij moeten examineeren. De heer Tnonnnoxn antwoordde
daarop, dat dit laatste volstrekt niet in zijne bedoeling lag. Zijne
vraag was deze: ,,wanneer een programma van examen een aantal
vakken noemt, moet dan het examen zoo worden afgenomen, dat
in ieder vak door eene specialiteit ondervraagd worde, om te onder-
zoeken of de kandidaat in dat vak eene aanstaande specialiteit zij ?"
Zijne meening was in bedenking te geven, of` men, door zamen-
trekking van vakken en vragen , wel een zoo groot getal examinatoren
zou behoeven.
Hier bleef het bij; en inderdaad, voor zooveel de eindexamens
der hoogere burgerscholen betreft, had de Minister ook niet
veel anders kunnen antwoorden dan reeds in de hiervóór aange-
haalde Memorie van beantwoording was geschied. Ik zal het
voorschrift der wet niet verdedigen, hetwelk uitdrukkelijk vordert,
dat het eindexamen moet loopen over alle aan de hoogore