HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 866.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

I
30
in den regel binnen drie dagen ten einde loopt. De uitslag van het E
examen is gegrond zoowel op het schriftelijk als op het mondeling 1
onderzoek.
In 1868 had deze nieuwe regeling bij de groote meerderheid der j
directeuren en examen­c0mmissiën reeds grooten bijval gevonden; ·
ook de kandidaten toonden zich er mede ingenomen,daar zij vooral |
het schriftelijk werk nu veel meer op hun gemak konden maken
' en de voor hen zoo lastige afwisseling van schriftelijk werk met j
mondeling onderzoek geheel werd vermeden. In 1869 is ander-
maal eene proef genomen volgens dezelve beginselen; door den Mi-
nister was een ontwerp­reglement vastgesteld, dat als leiddraad voor i 9
de examemcommissiën heeft gediend. De nieuwe proef heeft weder
bijval gevonden; het gunstig oordeel over de regeling is nagenoeg een- I
parig, zoodat het te verwachten is, dat het reglement weldra deüni­
tief door den Koning zal worden vastgesteld. (")
In de Tweede Kamer der Staten-Generaal hebben nogtans de eind~ A
examens der hoogere burgerscholen tot aanmerkingen aanleiding
gegeven. In het Voorloopig Verslag over de Staatsbegrooting werd i
geklaagd over ,,den omslag en de wijdloopigheid," die bij het af-
` nemen dier examens heerschen. ,,Die wijze van handelen ,” zoo
leest men verder, ,,zou alleen dan te rechtvaardigen zijn, als de
,,kandidaten een speciaal examen hadden af te leggen in elk der
, ,,zestien vakken, bij art. 57 der wet bedoeld, wat de wetgever on-
,,mogelijk kan hebben gewild, daar niemand, laat staan een jongeling
,,0p den hier in aanmerking komenden leeftijd, al die vakken tege-
,,lijkertijd in bijzonderheden kan in ’t hoofd hebben. Het denkbeeld
,,werd geopperd , of deze examens niet eenvoudiger waren in te richten ‘
,,door het stellen van enkele moeielijke vragen, tot onderscheidene
,,vakken betrekkelijk , terwijl wat de talen betreft, minder kennis der Q
,,grammatica dan van het gebruik der talen in aanmerking moest
,,komen." Hierop werd door den Minister in zijne Memorie van
Beantwoording het navolgende geantwoord: ii
,,De ondergeteekende moet aannemen, dat de leden, die hier te
,,hebben gewezen op ,,den omslag en de wijdloopigheid die bij het
,,afnemen der eindexamens voor de hoogere burgerschool heerscht," 1
,,niet in de gelegenheid zijn geweest kennis te nemen van de dien- ir
,,aangaande gegeven voorschriften. Daarbij is tot beginsel aangenomen
,,die examens tot den eenvoudigsten en voor de kandidaten minst
(') Het is inderdaad vastgesteld bij het Koninklijk Besluit van 10 Maart 1870 V
(Staatsblad no. 49). j