HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 774.23 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

23
l de 7 Rijksseholen van driejarigen cursus hebben gemiddeld elke
9 leeraren, met eene gem. jaarwedde van f1435, terwijl het onder-
wijzend personeel van elke gemiddeld kostj`13321;
elke der 15 Rijksscholen telt gemiddeld 12 leeraren met eene
gem. jaarwedde van f165'7, en kost gem. aan personeel f19225;
elke der 18 gemeentescholen van vijfjarigen cursus (de gesubs.
bijz. te Enschede er onder begrepen) telt gem. 13 leeraren met
eene jaarwedde van f 1400; de kosten van het personeel bedragen
gemiddeld f 18041 per school;
à ‘ de 8 gemeentelijke scholen van drie- of vierjarigen cursus tellen
° gemiddeld ieder 9 à 10 leeraren met eene gem. jaarwedde van
l f1246; het personeel kost gemiddeld f11833; (Deze cijfers zijn bij-
M zonder hoog, omdat de Handelsschool te Amsterdam hieronder
ï behoort; voor de 7 overige bedragen zij slechts 9, f 1179 enf 10109);
l elke der 26 gemeentelijke inrichtingen telt gemiddeld 12 leerarcn
i met eene gem. jaarwedde van f1362; het totaal der jaarwedden
L bedraagt gemiddeld f16100 per school.
in Neemt men alle 41 scholen bij elkander, dan telt gemiddeld elke
F nagenoeg 12 leeraren met eene gem. jaarwedde van f1468,terwijl
het onderwijzend personeel aan elke gemiddeld f17263 kost.
Vergelijkt men deze cijfers met die van het vorig jaar, dan _
j vindt men, dat het gemiddeld bedrag van de jaarwedden aan alle
F scholen in het laatste jaar met L/`50 verminderd is. De in dat tijd-
i vak aangestelde hebben dus blijkbaar lagere jaarwedden dan de
vroeger benoemde.
K Wat betreft de oorzaken van het verschil in bedrag tusschen de
` jaarwedden aan Rijksscholen en aan gemeentelijke inrichtingen , meen
ik te mogen verwijzen naar hetgeen ik daarover het vorig jaar in
‘ ’t midden bracht.
§ 5. Heá omlerzvgs em de examens.
Na alles wat ik het vorig jaar over de richting van het onder-
wijs aan de hoogere burgerscholen heb gezegd naar aanleiding van
de bedenkingen , die daartegen in de Staten­Generaal waren gemaakt,
kan ik mij thans onthouden over dit onderwerp op nieuw be~
schouwingen mede te doelen; bij de laatste beraadslagingen in de
Tweede Kamer werd daarover dan ook nagenoeg niet gesproken;
alleen van een enkel incident, waarbij ik zelf eenigermate betrokken
werd, acht ik mij verplicht een enkel woord te zeggen. De heer