HomeOverzicht van het middelbaar onderwijs bij het einde van 1867Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 787.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 40.06 MB

j.
»
l
12 E .
mindering van een staat meestal tegenover vermeerdering in
het voorafgaande of in het volgende. Daarom is aan de verminde-
ring van het getal leerlingen te Helmond, Zutphen, Alkmaar, Sneek f
en Roermond, te zamen met 61 leerlingen, niet veel te ­hechten, ·l
evenmin als aan de vermindering met 31 leerlingen aan negen Y
andere scholen, vooral wanneer men in aanmerking neemt, dat 23
andere eene meer of minder aanzienlijke vermeerdering, te {
zamen met 388 leerlingen, hebben ondergaan. Bijzonder in het
oog loopend is de toeneming voor Breda, Nijmegen, Kampen en
Venlo; ook voor Arnhem, Rotterdam, Dordrecht, Gouda en L
Amsterdam mag zij vrij aanzienlijk genoemd worden. F
Uit de verhoudingscijfers in de laatste kolom zijn evenmin als
vorige jaren belangrijke gevolgtrekkingen te maken. De meeste
groote gemeenten steken, wat deze cijfers betreft, ongunstig af bij
de kleinere; te Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en ’s Gravenhage
tellen, in verhouding tot de bevolking, de hoogere burgerscholen het
kleinste getal leerlingen. De bijzonder hooge cijfers van enkele
kleine gemeenten zijn vooral toe te schrijven aan het bezoek van i
leerlingen uit aangrenzende gemeenten.
Van meer belang scheen het mij na te gaan, welke de verhou-
ding is tusschen de bevolking der provinciën en het getal der leer-
lingen, die in elke provincie van de hoogere burgerscholen gebruik
maken; daarbij toch vervalt grootendeels de ongelijkheid, die het
gevolg is van het bezoeken van scholen in andere gemeenten. Door
berekening is mij gebleken, dat van de 10000 zielen in elke
provincie het navolgend getal leerlingen van hoogere burger- ·
scholen zijn: Drenthe 4,5, Noordbrahant 5,8,Utrecht 6,5, Gel- j
` derland 6,6, Friesland 6,9, Noordholland 9,2, Zuidholland 10,3, i
Zeeland 10,5, Limburg 11,3, Overijssel 12,8 en Groningen 15,2;
voor het geheele land bezochten 8,1 op 10000 de hoogere burger-
school. Door het vestigen van nieuwe scholen zullen de cijfers van j
Gelderland, Utrecht, Noordholland en Friesland nog verhooging
ondergaan.
De volgende tabel geeft een overzicht van het getal der toehoor-
ders of leerlingen voor enkele lessen, met aanwijzing van hun getal
voor elk vak in ’t bijzonder. ’s Gravenhage en Rotterdam, waar
zoodanige leerlingen niet worden toegelaten, komen in die tabel ij
niet voor.
l
jl