HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 742.72 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

V
l
[L
l
reeds aanzienlijke uitgaven; die voor het lager onderwgs zgn in
de laatste jaren aanzienlgk toegenomen; al wordt da11 ook de be-
hoefte aan eene middelbare meisjesschool gevoeld; men ziet dikwgls
geen kans de daarvoor noodige gelden te vinden; dat was althans
_ uitdrukkelgk het geval in een paar gemeenten, over welke mgn
toezicht zich uitstrekt. Men tracht dan langs een goedkooperen;
V al is het dan ook minder goeden weg, het doel te bereiken en
l sticht of houdt scholen van meer uitgebreid lager onderwgs voor
meisjes van 12 tot 17 jaren in stand; die van de middelbare 11iet {
4 zoozeer in doel verschillen; als wel in de middelen, waardoor 1nen
j het tracht te bereiken; en in bekwaamheid van het onderwgzend
j personeel. Op andere plaatsen is n1e11 bevreesd door oprich-
ting van een goed georganiseerde middelbare school de bestaande
i bijzondere inrichtingen te benadeelen; dit was vooral te ’s Graven-
l hage het geval. In enkele meent men dc kwestie te kunnen oplos-
sen door aan de meisjes den toegang tot de jongens-hoogere-bur-
gerschool te vergunnen. Eindelijk mag ook de strgd; dien sommigen
tegen de middelbare scholen voor meisjes voeren, niet buiten
I rekening worden gelaten; van de argumenten van hen; die bevreesd
l zgn om aan de vrouw n1ee1· kennis en daardoor meer onafhanke- ’
I lijkheid in haar oordeel te geven, zgn zelfs in de Tweede Kamer
j der Staten-Generaal vermakelijke proeven geleverd; op hun stand-
j punt hebben die tegenstanders misschien geen ongelijk; hoewel {
j het niet onwaarschijnlijk is dat zg; wanneer zg eens meer van ,
nabij kennis maakten met het onderwijs; dat op die scholen ge- t
geven wordt, wel van meening zouden veranderen. ä
. Er zgn echter ook andere bestrgders; namelijk zg die beweren; j
j dat men nog geen stelsel voor de middelbare meisjesscholen heeft; T
en weer anderen, die trachten te bewijzen , dat het aangenomen l
stelsel niet deugt. Dat die eerste bewering geheel op onkunde rust; E
zal worden toegegeven door iedereen; die maar eenigszins; zg het l
j ook alleen door de programma’s; met de thans bestaande inrichtingen l
bekend is; die van vgtjarigen cursus toch komen, behoudens kleine
wijzigingen, overeen 1net het doo1·1ng in 1870 gegeven programma;
en die van driejarigen cursus trachten zooveel 1nogelgk hetzelfde
l te geven, als de drie hoogste klassen der scholen van vgfjarigen l
cursus. Die beschuldiging wordt dan ook weerlegd door hen, die
l het stelsel meenen te moeten bestrgden e11 dus wel degelgk het
bestaan daarvan erkennen; in hoeverre hunne beoordeeling juist is
en hunne argumenten steek houden, zal later blijken; als ik meer
in `t hgzondcr de inrichting van die scholen hoop ter sprake te