HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 781.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.94 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

L
30
Na eenigen achteruitgang in 1875, heeft er dus dit jaar weder
een vrij aanzienlijke vermeerdering plaats gehad, zoowel in het getal
der scholen als in het getal der toegelaten leerlingen; alleen te
Harlingen is 1nen van den, mijns inziens, verkeerden weg terug
gekeerd en heeft men bij eene reorganisatie der school in 1874
in het reglement de bepaling opgenomen, dat geen meisjes zul-
len worden toegelaten. Voor de Rüksscholen te Zwolle en te Assen
is de vergunning verleend door den tegenwoordigen Minister van
Binnenlandsche Zaken, die echter geen algemeene vergu1ming
heeft gegeven, maar voor zooveel het getal toetelaten leerlingen
betreft zekere regelen schijnt te willen stellen. De billijkheid vor- i
dert te erkennen, dat het moeilük is in de zaak verandering te
brengen, nadat eenmaal door den ontwerper zelven der wet de
vergunning was verleend; ik had echter wel gewenseht, dat men
zich tot de vroeger gegeven vergunningen had bepaald en geene
nieuwe, vooral niet aan andere scholen, had gegeven. Dat de
Minister HIEEMSKERK trouwens zelf geen voorstander is van de
ve1·eeniging van jongens en meisjes van 12 tot 17 jarigen leeftijd
in dezelfde school blükt daaruit, dat op de Staatsbegrooting voor
1877 eene verhooging van het Rijkssubsidie voor de gemeentelijke
hoogere burgersehool te Almelo is voorgesteld, ,, ten einde aan de
,,klassen der hoogere burgersehool afdeelingen te verbinden,inge­
,, richt naar den aanleg en de behoeften van meisjes", en wel omdat
,,het getal der vrouwelüke leerlingen gaandeweg is toege11ome11
,,en eerlang dat der mannelijke leerlingen zal overtreffen, terwijl
,,der gemeente de middelen ontbreken tot het vestigen en onder-
,,houden eener afzonderlüke middelbare school voor 1neisjes."
Te Zaandam en Sneek heeft de gemeenteraad dit jaar voor het
eerst besloten meisjes tot de jongens hoogere bu1·gerschool toe te laten.
In eerstgenoemde gemeente was de zaak reeds voor eenige jare11
ter sprake gebracht; ik l1ad toen een vrü uitvoerig advies tegen
het door enkele ingezete11e11 ingezonden verzoek uitgebracht, en de
Raad vereenigde zich met mün gevoelen. In het begin van 1876
is men echter weder op de zaak teruggekomen; de Commissie
van Toezicht adviseerde voor de toelating; ook de Directeur, hoe­
wel niet büzonder met de zaak ingenomen, verklaarde zich er
niet tegen. Ik kon mü grootendeels op mijn vroeger advies beroepen,
daarbij nog uitdrukkelük wüzende op eene bestaande meisjesschool
voor meer uitgebreid lager onderwüs, die mij voorkwam, met
eenige wijziging en uitbreiding, beter dan de hoogere burgersehool
aan de behoeften van het vrouwelyk geslacht te kunnen beant-