HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 30

JPEG (Deze pagina), 720.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

27
3 uren ’s weeks in elke klasse voor teekenen bestemd, voor wis-
4 kunde en boekhouden in ’t geheel 10 of 11 uren. Voor natuurwe-
. tenschap bedraagt het getal 12 of 13, wat de verdeeling der ver-
schillende onderdeelen over de drie klassen betreft, trok het mijne
aandacht, dat te Utrecht 6 uren bestemd zün voor natuurkunde,
terwijl alleen in de hoogste klasse één uur aan scheikunde wordt
gewijd, en in diezelfde klasse een uur onderwüs in gezondheids-
leer wordt gegeven e11 wel door een anderen leeraar; ook te
Deventer wordt scheikunde gedurende 2 uren ’s weeks uitsluitend
in de hoogste klasse behandeld. Te Amsterdam bedraagt het getal
lesuren per klasse 28 tot 30, te Utrecht 32,te Deventer 30 tot 32.
Vraagt men, welke tot dusverre de resultaten van het onderwijs
aan de meisjesscholen zijn? Ik zou liever zien, dat andere volko-
men onpartijdige beoordeelaars het antwoord op die vraag gaven;
mij toch zal men wellicht in dit opzicht, evenzeer als de directriees
der scholen zelve, van partijdigheid verdenken. Aan hen, die in
weerwil daarvan aan mijn oordeel eenig gewicht hechten, wil ik I
echter gaarne bekennen, dat de uitkomsten der middelbare scholen
voor meisjes verreweg de goede verwachting overtroffen hebben,
ä die ik voor zeven jaren c1· van koesterde. Nooit zag ik meer be-
f langstelling in het onderwijs, meer leerlust, meer hart voor de
school, dan bij de leerlingen van de zes onder mijn toezicht ge-
plaatste meisjesscholen, welke ik meermalen heb bezocht en in
bijzonderheden nagegaan, en ik twijfel niet of bij de vier andere
zal zulks evenzeer het geval zijn. Wilcle ik eene aanmerking maken,
het zou eer zijn op te 'DEEZ ambitie dan op te weinig; moeten de
leerlingen der jongensseholen wel eens tot werken aangezet worden,
bij de meisjes is dit eene zeldzaamheid, terwijl het daarentegen
meermalen is gebeurd, dat de leerlust moest getemperd worden.
Een enkele maal is wel eens de vraag tot mg gericht: wordt
er niet te veel van de meisjes gevorderd? Is de school niet uit-
sluitend geschikt voor zeer begaafde, ongeschikt voor de middel-
matige? Hoewel het niet geheel te ontkennen is, dat de groote
ambitie van sommige vlugge leerlingen wel eens op enkele min-
der begaafde ontmoedigend werken kan, zoo moet ik toch die
vragen bepaald ontkennend beantwoorden. Als bewüs daarvan kan
de uitslag der overgangs-examens worden aangevoerd, die voor
de meisjesscholen steeds veel gunstiger was dan aan de hoogere
burgerseholen voor jongens. Ook verliest me11 uit het oog, dat
de omvang van het onderwijs, dat in de lagere klassen der