HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 760.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

Bl,
opgenomen; maar toen men voor het daarvoor bestemde salaris
geen lceraar kon krijgen, heeft de gemeenteraad, hoewel tegen
mijn advies, het uit de der leervakken geschrapt.
Ik kom nu tot eene belangrijke afdeeling van het onderwijs aan
de meis_jesscl1ool, namelük de natuurkundige wetenschappen en
daarmede verwante vakken. Behalve de hiervóór reeds vermelde
kleine wijziging, volgens welke iets minder tijd wordt besteed aan
plant- en dierkunde, iets meer aan natuur- en scheikunde, en de beide
laatstgenoemde vakken meer afzonderlük worden behandeld, heb
ik eigenlijk niets te veranderen in of toetevoegen aan hetgeen ik
vóór zeve11 jaren daarover schreef. Over ’t algemeen kan ik mij ook
zeer goed vereenigen met hetgeen Dn. Bnrmsnk daarover in no 26
en 27 van ,,hct Schoolblad" van 1876 heeft gezegd, al heeft hij
zich wel wat veel moeite gegeven om MI'LTAPrTIOIt te weerleggen,
voor wien ,,de middelbare scholen geen de minste waarde hebben,
zoolang de voornaamste der aldaa1· gedoeeerde wetenschappen, en
inzonderheid sehei- en natuurkunde, planten- en dierkunde niet ge-
heel loagepasó op Maishcmlkzmde worden geleerd” (men zie züne brochure
bl. 7), en die daardoor duidelijk toont evenmin begrip te hebben
van den aa1·d en den omvang dier wetenschappen, als van de
methode, volgens welke zü behooren te worden onderwezen. Ik ga
echter niet met Dn. Bn. mede, als hij do behandeling van de ge-
zondheidsleer als afzonderlijk vak vordert. Ik trek het mü niet
aan, dat hg mij eens heeft onderhanden genomen, omdat ik het
gewaagd heb, in strü d met het advies van meer dan /E-onderd en vaar/ig
geneesheeren uit Friesland, mij daartegen te verklaren; maa1· ik
zou wel gewenscht hebben, dat hg meer rekening had gehou-
den met hetgeen ik vroeger over die zaak heb gezegd; ik heb
namelijk mü nooit er tegen verklaard, dat bij de behandeling van
de verschillende onderdeelen der natuurkundige wetenschappen het
een en ander betreffende gezondheidsleer zou worden ter sprake
gebracht; uit mün in 1870 geschreven opstel, en ook uit hetgeen
ik later (Economist 1875, blz. 958) daarvan heb gezegd, blijkt
duidelijk, dat ik mg alleen tegen de behandeling der gezondheidsleer
als afzondwly/c leeren/c door eene spccialiáeiá heb verklaard. Een dege-
lijke behandeling is alleen mogelijk, nadat de leerlingen eenige kennis
van natuurkunde, scheikunde en physiologie hebben opgedaan; de
heer Bnumsnn erkent zelf, dat zij is ,,eene toepassing en uitbreiding
in bepaalde richting van deze drie deelen der natuurwetenschap."
Is het daarom niet rationeel, die uitbreidingen en toepassingen
geleidelijk in de les van natuurkunde, scheikunde of dierkunde te