HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 783.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.94 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

13
dan ook reeds aan sommige scholen is geschied. Geschiedenis be-
hoort meer van de lagere klassen naar de hoogere te worden over-
gebracht, aardrükskunde kan daarentegen meer i11 de lagere ge-
geven worden, mits wiskundige aardrijkskunde (of kosmographie of
populaire sterrekunde) eerst in de beide hoogste behandeld wordt.
Plant- en dierkunde kunnen in de hoogerc klassen ingekrompen wor-
den; met natuurkunde kan men in de 38 klasse beginnen, met schei-
kunde eerst in de 4G; de ondervinding heeft mij geleerd, dat eene
afzonderlijke behandeling dier vakken, mits in goed verband met
elkander (hetgeen natuurlijk het best kan geschieden, als beide door
denzelfden leeraar onderwezen worden), de voorkeur verdient boven
een gelijktijdige, zoo als ik in mijn eerste opstel raadzaam achtte.
Eenige versterking in de 5e klasse acht ik nuttig, opdat voor den
leeraar tijd beschikbaar zg om eens een uitstapje te doen op het
gebied der toepassingen, waarover straks nader. Wat de meisjes
van boekhouden noodig hebben, kunnen zij wel in eene les per
week in de 5<= klasse leeren. Het onderwüs in staathuishoudkunde,
dat, bij de verschillende richtingen op dat gebied, meer en meer
moeilijk wordt, zou m. i. achterwege kunnen blüven en het be-
schikbare uur in de hoogste klasse alleen besteed kunnen worden
om een overzicht van de inrichting van den Nederlandschen Staat
te geven. Het onderwijs in teekenen heb ik van 2 tot 3 uur per
klasse gebracht; in de beide hoogste kan daarvan één uur ’s weeks
afgenomen wo1·den voor aesthetica of kunstgeschiedenis,indien men
_ ten minste gelegenheid heeft daarvoor een geschikten leeraar te
vinden. Voor handwerken heb ik in elke klasse slechts 2 uren be-
schikbaar gesteld, voo1·al ook om het getal lesuren per week niet
bove11 30 te brengen; te Rotterdam heeft men daarvoor ook slechts
10 uur per week bestemd en de ondervinding heeft geleerd, dat
zulks voldoende is. De zanglessen heb ik niet onder de gewone
lessen opgenomen; er zün onder de leerlingen vele, die of geen
gehoor hebben of voor wier gezondheid het zingen hetzij tijdelijk,
hetzü altüd nadeelig is; deze kunnen dus die lessen niet bijwonen;
men moet haar dan onder de zangles aan zich zelve overlaten of
met wat anders bezighouden. Daarom verdient het te Groningen
ingevoerde stelsel aanbeveling, waar het onderwüs in zang facul·
tatief is en op vrije middagen wordt gegeven; dientengevolge
maken van die lessen alleen die meisjes gebruik, die muzikaal ge-
hoor en aanleg hebben, en zyn derhalve de vorderingen ook beter.
Ik laat nu hier in de eerste plaats mün gewüzigd programma
volgen.