HomeHet Middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 748.41 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 28.98 MB

7
dat de scholen te Haarlem, Arnhem, Rotterdam, Dordrecht, Gro-
ningen en Leeuwarden va11 een vijfjarigen cursus zijn, tot welken
de meisjes in den regel op 12 à 13jarigen leeftijd worden toege-
laten; dat die te Amsterdam, Deventer en Utrecht slechts een
driejarigen cursus hebben, ongeveer gelijk staande met de drie
hoogste klassen der volledige school van vijfjarigen cursus en der-
halve bestemd voor meisjes van 14 à 15 tot 18 jaren; dat eindelijk
de eerst onlangs te Goes geopende school nog slechts drie klassen
‘ telt, maar bestemd is om van een vierjarigen cursus te zgn; daar
evenwel voor de toelating tot de laagste klasse geen kennis der
fransche taal gevorderd wo1·dt, schünt de laagste klasse, in ver- _
gelijking met andere middelbare scholen voor meisjes, wel als eene
voorbereidende afdeeling beschouwd te kunnen worden.
Is er nu bij de meeste dier scholen kwijning te bespeuren,
‘ ,,kw§ning tot op dezen dag", zelfs als men het laatste jaar l876]77
buiten aanmerking laat, daar het opstel in ,,de Tijdspiegel" reeds
in Augustus werd geschreven? De school te Haarlem is steeds
vooruitgegaan; wel is waar vinden wij in 1872 een kleine vermin-
dering van het getal leerlingen, namelijk van 104 tot 93, maar
'* in het volgend jaar werd dit verlies weder ruim ingehaald en sedert
is het getal steeds vooruitgegaan. BQ het begin van den voorgaan-
den cursus zgn dan ook reeds maatregelen genomen tot splitsing
van sommige klassen in parallel­afdeelingen. In hoeverre de te Haar-
lem gevestigde Kweekschool voor onderwijzeressen op den bloei
der middelbare school invloed uitoefent, kan daaruit blijken, dat
er op dit oogenblik onder de 147 leerlingen de1· school 14 (zegge:
veertien) zijn, die tot de kweekelingen dier Kweekschool behooren.
Zonder de Kweeksehool zou de school dus nog 133 leerlingen tellen.
Rotterdam zag in de ruim vijf jaren, sedert de opening der school
verloopen, het getal der leerlingen nagenoeg verdubbelen; ook
daar was reeds splitsing van ee11 paa1· klassen in parallel-afdeelingen
noodig. Het getal der leerlingen is, in vergelijking met Haarlem,
nog niet groot, maar daar het steeds is toegenomen, kan van
kwijnen geen sprake zijn. Te Dordrecht is het getal in de laatste
jaren stationair gebleven; te Groningen is het van jaar tot jaar
toegenomen; daar zijn de beide laagste klassen ook reeds elke in twee
afdeelingen gesplitst. Te Leeuwarden bestaat de school nog tc kort
om een oordeel te kunnen vellen; dat het cüfer voor dit school-
jaar niet hooger is dan het voorgaande, is eenvoudig daaraan toe
te schrijven, dat bij de opening in 1875 tijdelijk een lagere afdee-
ling bij de laagste klasse werd. gevoegd, ten einde een 25 tal leer-