HomeStemmen over het onderwijs aan meisjesPagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.37 MB

PDF (Volledig document), 13.11 MB

ïjl
i
t 4 4
E
j ­ Tweevoudige verandering is noodig: het toevoegen van enkele vakken aan he l
thans gegeven onderwijs, en het stellen van andere eisehen aan het onderwijzend
l personeel. Een middelbare sehool dus. j
r . Die school zij een openbare. Geen bijzondere sehool. Geen kostsehool.
Een school van meer uitgebreid lager onderwijs moet de gaping aanvnllerr r
i tusschen openbare lagere scholen en de middelbare. l
jj Deze sehool voor meer uitgebreid lager onderwijs zij de voorbereiding voor de
j middelbare. Op haar zullen de meisjes de noodigc voorbereidende kundigheden
r ontvangen, die haar geschikt maken op 12-, 13jarigen leeftijd met vrucht hooger
op te gaan. Voor meisjes, die niet langer dan het 12dc of 13clc jaar sehool kun- .
nen gaan, zal deze sehool tevens de plaats zijn , waar haar het onderwijs gegeven i
wordt voor handel en bedrijf onmisbaar. Deze sehool hebbe een’ driejarigen cur-
sus, met een avondschool voor de leerlingen, die haar hebben afgeloopen. ,,De` f
vakken zijn, behalve die in art. 1 der wet van 1857, meer bepaaldelijk: de be-
g ginselen der Fransche en der Duitsche taal. algemeene en Nederlandsehegeschie-
j denis, teekeneu, zingen, gymnastiek en dans."
M De middelbare school hebbe een öjarigen cursus. Het onderwijzerspersoneel ‘
besta uit: 1 directrice (zoo noodig bijgestaan door een bepaaldelijk daartoe aange-
l wezen lid der Comm. v. toez.), 3 onderwijzeressen , 1 onderwijzeres voor hand i
l werken, 4: docenten, l, leeraar voor ’t dansen. 1 voor gymnastiek, 1 voor zang jj
· en 1 voor teekenen. De vakken zijn: rekenen en meetkunde, natuurkunde, 5
scheikunde, plant- en dierkunde (gezondheidsleer); talen; Nederlandselr, Franseh, l
Duitsch en Engelsch; letterkunde en aesthetiek; geschiedenis; aardrijkskunde,
gronden van volkshuishoudkunde (beginselen van het Nederl. staatsregt); vrouwe-
lijke handwerken; boekhouden; teekenen; zingen; gymnastiek en dans.
j Dit programma beveelt zich aan boven anderen, welke wij onder de oogen krc­
gen. Zeer waarderen wij `t, dat de aesthetiek noch gezondheidsleer vergeten wer-
jl den, en ook door gymnastiek en dansen op te nemen in het programma, onder- E
scheidt zich dit gunstig van het Arnlremsclre, dat voor de denkbeeldige bezwaren j
jl van sommige ouders schijnt ternggedeinsd te zijn. Ongaarne misten wij op het
jj flinke, breede Groningsehe programma de Ziel- en Opvoedkunde. Voor de vrouw,
j ï­n om ziclrzelve te leeren kennen, ï·u om eenmaal een goede moeder te kun- L,
ji nen zijn, blijven wij dit lecrvak bepaald on mi s baar achten. _ ii
{ De toelichting van het programma is der lezing en overweging dubbel waardig. j
* Ernstig wordt er op aangedrongen, dat de inrigting geen kostsehool zij, vooral E
D om te voorkomen, ,,dat het personeel der lrulponderwijzeresseu tevens alle of som- j
ruige de dienst van secondante bij de hoofdonderwijzeresse­kostschoolhouderesse <
rerrrgten." Dat is een woord, waarop de ervaring amen zegt.
De privaatlessen in de tussehenuren wil de eomrnissie zooveel mogelijk voorko- 4
men. Ook dat is een praktische wenseh. r
, Eindelijk ­- ,,Naar onze vaste meening is het van nature aangewezen, dat be- j
stuur en leiding der sehool in handen eener vrouw moet zijn ..... Uwe Commissie ‘
j draagt verder vrouwelijke en mannelijke docenten voor. Zij stelt op hoogen prijs i
het geven van onderwijs door vrouwen, en verwerpt met alle magt het denkbeeld,
dat b. v. door eene ongenoemde schrijfster (in de brochure; Hoe moet eene hoo-
gere burgersehool voor meisjes zijn iugerigt, Deventer 1870) is geopperd. Vol-
gens dit denkbeeld zou het onderwijs uitsluitend aan mannen worden opgedragen,
. terwijl aan eenige klassczzclrezrzczz het toezigt op zoden en manieren zou worden ge-
ji geven. Uwe Commissie acht dit oordeel vernederend voor de vrouw; ’t is hare
j meening, dat integendeel zooveel vrouwelijke leeraren moeten worden aangesteld j
j als mogelijk is, en zij verblijdt zich in het vooruitzigt, dat tengevolge van het j
i koninklijk besluit. van den llden October 1869 (Sáaaásb/ad no. 156) hoe langer hoe Q
meer onderwijzeressen de vereischte bekwaamheden zullen bezitten." j
, j
’ l
‘ . ‘ ix