HomeStemmen over het onderwijs aan meisjesPagina 13

JPEG (Deze pagina), 850.20 KB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 13.11 MB

e «.««« . feit- ·*e·+-;·¥~­à·l­-wee -~ - e e e ee ewg. g
«
j 11
ij niet het doel van het onderwijs moet zijn, en of dan de gymnastiek niet een
á wezenlijk bestanddeel van dat onderwijs is; ook of de vrouw alleen als indi-
Q vidu tot volle ontwikkeling moet gebragt worden zonder acht te geven op haar
4 verband tot de geheele maatschappij? l)an zou het utiliteitsbeginsel niet zoo
geheel ter zijde gesteld mogen worden.
Zeer waarderen wij het, dat dc schrijver de ideale zoowel als de realistische
zijde van het onderwijs in het oog heeft gehouden. Geschiedenis van godsdienst.
en moraal benevens psychologie zal men niet stratfeloos veronaehtzamen bij het
onderwijs der vrouw. De juiste evenredigheid te vinden tusschen idealismus en
realismus , dit is de groote vraag.

t 2,
{ PROGRAMMA­VAN LIER.
l
De hoofdstad, ter beschaming van de hofstad teruggekomen van haar dwa-
j ling, heeft tot de oprigting eener middelbare school voor meisjes besloten. De
W heer van Nierop heeft door het nemen van een krachtig initiatief, waartoe het
dagelijksch bestuur de gelegenheid had aangeboden, zijner vaderstad een belang-
rijke dienst bewezen.
Over de wijze waarop het besluit zal uitgevoerd worden, d. i. over de inrigting
der school heeft de heer mr. E. van Lier in het .»l{q. Hrmrlelsblmi van 13 Nov. l.l. ,,
zich verklaard.
In overeenstemming met de heeren van Nierop en de Koning wil ook hij, dat
" de rigting der school eene aesthetische zij, ni. a. w. dat de letterkundige vakken
op den voorgrond staan. Maar hij voegt er deze zeer bepaalde voorwaarden bij:
,,dat inderdaad de bcbmzelclizzg der literarische vakken tot het voorgestelde doel i
leiden,” - en in de tweede plaats, dat ,,de kennis van dc wetten der natuur en
I der zamenleving niet geheel vreemd aan het programma blijven."
i Wat de eerste voorwaarde betreft, merkt de heer van Lier op, dat de invloed
l der klassieke literatuur steeds grootergewcest is dan die der nieuwere letterkunde.
En de oorzaak van dit verschijnsel zoekt hij in de betere methode van behande­ ,
ling, welke de klassieken vinden aan de gymnasiën. Vondel, Shakespeare en Goethe y
behandele men op de hoogere burgerseholen zooals men op de gymnasiën Ho- y
merus, Sophoeles en Horatius behandelt. Dan zal de beoefening der literatuur i
vrucht dragen. j
Een wenk, die alle behartiging verdient van leeraars en verzorgers van hoogere l
burgerscholen voor meisjes - en voor jongens. Er zijn jongensseholen, waar de
les in de Nederlandsche letterkunde vermorst wordt met de eenvoudige voorle-
Zing, zonder meer, voorlezing een heel uur lang, van ecuig voortbrengsel der let- Q
terkunde, zelfs niet altijd der Nederlandsche, maar b. v. van den vertaaldezz ,,Rom-
i melzoo" van Frits Reuter; elders geeft men uit het Hoogduitseh vertaalde stuk- ,
ken, slecht vertaalde stukken vol germanismen, aan de jongens als modellen van jl
Nederlandsch proza. Kunnen commissiën van toezigt, die dit aanzien, niet wat l
beter toezien? j
Op verreweg de meeste meisjesseholen kregen de kinderen tot dusver geen he-
= sef van literatuur.
* Degelijk onderwijs in de geschiedenis en hare hulpwetensehap, de aardrijkskunde, ,i
beveelt de heer van Lier krachtig aan. Zeer teregt. Maar waar het meisjes i
1 geldt zouden wij kunstgeschiedenis en aesthetiek ongaarne missen. De vrouw j
i l
agp j