HomeStemmen over het onderwijs aan meisjesPagina 12

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 13.11 MB

l ·’ ;wo n new
ï=
, l .
.. g
{ tl
. Hij ontkent, dat er verzuim heeft plaats gehad met de oprigting van middel-
bare meisjesscholcn tot hiertoe uit te stellen. Als de vrouw betere scholen had
i willen hebben, had ze er maar om moeten vragen.
Nu zij ze vraagt, krijgt zij ze. l
'Wat moet het doel zijn van het middelbaar onderwijs voor meisjes?
Algemeene ontwikkeling. Onze tegenwoordige vrouwenmaatschappij mist een
L levensdoel. Zal de vrouw zich een levensdoel stellen, dan moet zij een ruime
wereld- of levensbeschouwing hebben. Daartoe moet zij zooveel mogelijk kennis
fi vergaderen van alles, wat op eene wereldbeschouwing invloed kan uitoefenen.
Hoe moet dan het middelbaar onderwijs voor meisjes worden ingerigt?
Het moet opleiden tot menschenkennis, zoowel uit een psychologisch als uit
een geschiedkundig oogpunt. Daaromr geschiedenis, aardrijkskunde, beginselen
van (de kennis der) staatsinrigting cn staathuishoudkunde, taalstudie, letterkunde. t g,
Dan de exacte wetenschappen, wier kennis zoo grooten invloed heeft op de
wereldbesehouwing: natuurkunde, scheikunde, plant- en dierkunde, physiologie,
kosmografie, de leer van de vorming onzer aarde. Daarbij wiskunde, die leert
. logisch te denken cn zich juist uit te drukken. Voorts geschiedenis van den i
`I godsdienst en van de moraal en psychologie. l/Vat de schoone kunsten betreft, .
de theorie der muziek en de aesthctiek mogen niet veronachtzaamd worden.
Al deze vakken moeten onderwezen worden als deelen van een groot geheel. li
Daarom dringe men niet te diep door in die wetenschappen: het onderwijsdaarin
geve slechts de beginselen, wat iets anders is dan oppervlakkig onderwijs.
Een cursus van vijf jaren is noodzakelijk. In de twee eerste jaren bepale men
l zich bij talen. wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en teekenen. In het derde
jaar beperke men het onderwijs in deze vakken, en make een aanvang met na-
_ tuurkunde, scheikunde en plantkunde, en vereenige de letterkunde met de ge-
schiedenis, de leer van de vorming der aarde met het onderwijs in de aardrijks­ .
kunde. In het vierde jaar staatsinrigting en staathuishoudkunde benevens dier- "
kunde, in het vijfde physiologie en kosmografie, terwijl in de laatste jaren de
vakken, in de eerste onderwezen, worden aangehouden.
Het onderwijs in de geschiedenis van den godsdienst, van de moraal en in de
psychologie, door godsdienstleeraren te geven , zij niet verpligtend, maar worde i
r toch in verband gebragt met de school. Aesthctiek worde met tcekenonderwijs
i verbonden; de muziek aan huis beoefend. De gymnastiek is geene weten- i
schap en geene schoone kunst, derhalve behoort zij bij het middelbaar onderwijs
niettehuis. Uit een hygiënisch oogpunt mag zij echter niet verwaarloosd worden.
j Ook boekhouden is een vreemd element; vrouwelijkehandwerken kunnen alleen uit
f· een utilitcitsbeginsel aanbevolen worden, en dit beginsel is hier geheel misplaatst.
Aan het hoofd der school sta niet eene directrice, maar een Directeur: want
het hoofd der school moet iemand zijn van een zeer zelfstandig karakter, maar j
die tevens weet te geven en te nemen. Onder mannen meer dan onder vrouwen
l zijn zulke karakters te vinden. Als docenten worden mannen of vrouwen gekozen
lj naar bekwaamheid. .
Zonder over bijzaken te twisten, zonder b. v. te wijzen op de zonderlinge
ia manier, waarop de gebrekkige toestand van het onderwijs der meisjes, de ver- i
waarloozing van dat onderwijs door den Staat wordt gelaten voor rekening
ii van de vrouw, zonder den strijd te hernieuwen over de vraag: Directeur of
· Direetrice? wenschen wij alleen op het programma. te wijzen, dat in menig
l opzigt onze sympathie heeft. 'l‘egen de rangschikking der vakken zouden wij j
l wel eenige bedenking hebben, ongaarne b. v. de beoefening der 1lälZll.ll1`VGl]Bll·
schappen naar het derde jaar, de dierkunde zelfs naar het vierde verschuiven;
den omvang van het onderwijs zonden wij niet gaarne beperken. WVel geven wij N
den schrijver i11 overweging, of de gezonde ontwikkeling van den geheelen mensch i
9. Q
j i
il
ik sä