HomeDe inrigting der middelbare school voor meisjesPagina 7

JPEG (Deze pagina), 859.15 KB

TIFF (Deze pagina), 8.04 MB

PDF (Volledig document), 21.53 MB

2
5
straat naderen; waar zij op commando haar voiles moeten laten val-
len, wanneer er op meer eenzame wandelplaatsen een mannelijk wezen _
nadert, dat gerekend kan worden tot haren stand in de maatschappij
_ te behooren en de >>>>gevaarlijke"" levensjaren niet te boven is."
Dat is waar, en het is de geheele waarheid nog niet. Er zijn kost-
scholen, waar de directrice begint met maatregelen te nemen tegen het
stelen van het geld, voor de collecte in de kerk bestemd; er zijn
kostscholen, waar onuitsprekelijke dingen gebeuren. Vraagt het uw
dochters maar niet op haar geweten af; ze zouden niet kunnen
antwoorden.
Geen kostschool dus. Maar wat dan? Zonderlinge vraag! De gewoonte
is zoo tot natuur geworden, dat het antwoord vreemd klinkt: Het ge-
zin voede op. Het gezin; geen afzondering van de maatschappij, geen
scherpe afscheiding van de beide geslachten; geen angstvallige bewaking,
waardoor maar al te vroeg hartstogten worden opgewekt, die nog lang
moesten sluimeren; geen bespiedingstelsel, doodend voor alle gemoeds-
leven. Het gezin voede op, wordt met warmte betoogd, minder door
de lichtzijde van een gelukkig familieleven in het oog te doen vallen,
dan wel door te wüzen op de donkere schaduwzijden van het leven
buiten het gezin. Het gezin voede op. Maar wanneer, zoo als bij
Caroline, het eigen gezin min geschikt is om aan de meisjes de rechte
opvoeding te geven? Wat dan? Dan tóch geen kostschool; dan over-
plaatsing in een ander gezin. Is dit somtijds noodig, nuttig is het
altijd, al ware ’t alleen om eenzüdigheid voor te komen. En dan
een goede school!
Wélk een school?
Bertha heeft aan een duitsche höhere Töchterschule veel te danken:
aan haar herinnering vooral ontleent zij de trekken voor het beeld van
een goede school, maar toch niet uitsluitend aan de herinnering, naar
ze verzekert: ze idealiseert, ze heeft ook in andere scholen een’ blik
geslagen. Ze schetst een school , zooals er misschien in de werkelijk-
heid geen bestaat, maar zooals de school, naar hare overtuiging,
wezen moet. Toch schijnt ze bij wijle haar ideaalschool wel eens wat
al te veel te vereenzelvigen met de werkelijke school, waaraan zij zoo-
veel te danken heeft.
Van al de programma’s van höhere Töchterschulen in Duitschland ge-
lijkt dat van het Sophienstift te Weimar het meest op het programma
van Bertha. Door een vriendelijke hand daartoe in staat gesteld,
deelen we dat programma hier mede: het kan Bertha’s plan te beter
doen uitkomen.
Men wete, dat Weimar’s school 3 klassen heeft, elke gesplitst in
2 hoofdatdeelingen, die ieder weêr uit onderafdeelingen zijn zamen-
gesteld.