HomeDe inrigting der middelbare school voor meisjesPagina 28

JPEG (Deze pagina), 866.45 KB

TIFF (Deze pagina), 8.24 MB

PDF (Volledig document), 21.53 MB

24
H is met haar school en gaarne al de meisjes naar die school zou heen-
l _ drijven of tal van andere oprigten naar dat ééne model gevormd. En
zonder eerbied voor haar pieteit jegens haar onderwijzers, heeft hij
met haar ijver den spot gedreven en haar diets gemaakt, dat men
i van regeringswege nu overal middelbare meisjesscholen, allen van één H
snit, zal gaan oprigten. De ondeugd weet heel goed, dat daar niets
van aan is , dat de wet op het middelbaar onderwijs veeleer de meis-
jesscholen zeer stiefmoederlük behandelt; maar zgn goedgeloovige vrien-
din, onbekend met Nederlandsche toestanden, is in zijn strik geval-
len en heeft zich werkelijk boos gemaakt over dien vermeenden toeleg.
Zij heeft méer gedaan. Door zijn pessimisme heeft ze zich laten f
medeslepen en zich uitdrukkingen veroorloofd, die ons pünlük aan-
i doen, en zeker niet ons alleen. l,
i ‘ Zij schrijft: >>Jan Holland meent, dat de tegenwoordige zucht tot g
i reglementeren en tot het zich bemoeijen van den Staat met onderwijs
j en opvoeding leiden zal tot uitdooving van alle energie en zelfstandig-
{ heid onzer landgenooten. Maar weet wel, waarde heer Jan Holland, t
V dat, wanneer eene natie erg oudmannetjesachtig is geworden, er we- j
; gens de natuurlijke zelfzucht van den versuften ouderdom, niets meer j
E tot stand zou komen, als de Staat niet vaderlijk zich met alles be-
’ moeide en alles drilde ...... Wat iemand in zijne jeugd wrochtte
j kan men niet meer van de laatste krachten des ouderdoms vorderen;
j deze is alleen goed om geld op te brengen en ’ t werken er meê aan
anderen over te laten.” W
i Wü drukken er niet op, dat hier een ongerijmdheid verkondigd
wordt. Wanneer de natie versuft is van ouderdom, zal de Staat, de 5
complex der individuele krachten , helder noch krachtig zijn. Honderd ' g
blinden maken nog niet één helderziende uit. Maar wat wij betreu­
j ren, het is, dat deze woorden vloeiden uit de pen van een vrouw, N
ï van een Nederlandsche vrouw. i
i Het sarkasme is een scherp wapen, maar het moet zelden gebruikt j
worden, en door de vrouw - nooit. ,
En wanneer de Nederlandsche vrouw in den vreemde geleerd heeft,
haar geslacht te minachten en haar vaderland te bespotten, dan is il
ï het leergeld , dat zij aan den vreemdeling betaalde, te hoog.
l Van de ontwikkelde vrouw verwachten wij veel voor Nederland:
j op ééne voorwaarde, dat zij haar vaderland liefhebbe en niet wan- j
i hope aan haar volk.

j (Overgedrukt uit de Tüdspiegel, 1870.) if
j .
l
l
2 i